We leven in een tijd van toenemende polarisatie en vervreemding in een steeds ingewikkelder wordende wereld. Chaos en onzekerheid troef, lijkt het. We constateren grote verschillen tussen arm en rijk, tussen macht en onmacht, tussen rechtvaardigheid en onrechtvaardigheid. Normen en waarden verschuiven, moraliteit wordt ondergeschikt gemaakt aan geld, macht en status, met de huidige president van de VS als meest zichtbare exponent daarvan.
Nu kun je denken, wat vreselijk allemaal. Dat is het ook. Maar tegelijkertijd weer niet. Eindelijk valt er licht op de schaamteloze hebzucht die de machtigen der aarde bezighoudt. En met de machtigen bedoel ik niet de zogenaamde elite, de Deep State, het WEF, Klaus Schwab of George Soros, of de msm journalisten en wetenschappers. Nee, voor mij zijn dat multinationals als de oliemaatschappijen, de Tech-reuzen, de wapenindustrie, de voedingsindustrie, de farmaceutische industrie, de agro-industrie, en landen als Saoedi- Arabië en Qatar. En de hele grote rest aan landen, organisaties en bedrijven dat macht over anderen heeft. Die werken ook niet samen, of nauwelijks, dus geen complotgedoe hier. Het is ieder voor zich. Het recht van de sterkste. Hun enige doel is geld verdienen, zo veel mogelijk. Het welzijn van de mensen, alsmede van het milieu, zal hun verder een zorg zijn. Dat mag de polltiek opvangen.
De duisternis komt steeds meer tevoorschijn door het licht dat er heden ten dage op valt. Veel meer dan vroeger. Het wordt ontmaskerd en kan niet langer vluchten. Het treedt vanuit zijn rotsspleten naar buiten in al zijn perfide verschijningsvormen. Open en bloot, zichtbaar voor iedereen. Zodanig dat elk weldenkend mens schrikt van de brutaliteit waarmee dit gebeurt. Van de ene verbazing vallen we in de andere. Het is nauwelijks te vatten, zoveel onvervalste hebzucht, ijdeltuiterij en narcisme wordt er openlijk getoond. Bestaat er niet zoiets als schaamte voor het eigen gedag? Nee, kennelijk niet.
Deze constatering dwingt ons bij onszelf te rade te gaan. Wat zijn onze eigen normen en waarden? Waar zit onze moraliteit? Hoe gaan wij met anderen om?
Sterker, hoe kan het dat wij zoiets als een moraliteit in ons mee dragen? Een gevoel dus voor wat goed is en wat niet goed is. Is dat iets gemeenschappelijks, of een verzinsel dat we onszelf op de mouw spelden?
Kennelijk verbindt dat ons, die moraliteit. Wat die bezitten we wel degelijk. Het is een onderstroom die onze persoonlijke omstandigheden overstijgt. Diep in onze kern zijn we één, hebben we eenzelfde besef van goed en kwaad. Ikzelf noem die diepste kern onze kiem van licht. Daar kunnen we in het praktische leven niet goed bij, dat geef ik toe, maar ze is wel voelbaar voor wie zich hier voor openstelt. In die kiem van licht heerst begrip, warmte, liefde voor het leven. Voor alle mensen om ons heen ook, ongeacht cultuur, geloof en overtuiging.
Tijdens de kerstdagen kunnen we deze kiem van licht sterker dan anders ervaren. Juist omdat het nu de donkerste dagen van het jaar zijn. Juist nu hebben we behoefte aan licht, in en om ons heen. We steken kaarsen aan, verlichten onze huizen, tot in onze tuinen aan toe, we bezoeken de mensen die ons dierbaar zijn, we ervaren (als het even kan, tussen alle drukte door) een serene rust die kenmerkend is voor deze kerstperiode. We gaan naar binnen, letterlijk en figuurlijk. Dat hele gedoe in de buitenwereld, de strijd en oorlogen daar, de martelingen, de honger en alle andere rampspoed, we willen dat niet. Juist niet nu. We verlangen naar vrede, in de wereld, in de mensen om ons heen, en vooral in onszelf.
Juist deze periode roept ons op tot bewustwording voor wat werkelijk van waarde is. Om ons heen heerst de duisternis van de natuur, èn van wat van buitenaf op ons inwerkt (zodra we maar even de sociale media raadplegen). Want we zien ongebreidelde hebzucht. Schaamteloze scheldpartijen. Het opzetten van de ene bevolkingsgroep tegen de andere. De oorlogstaal die wordt uitgeslagen. Het kwaad dat bij de ander ligt en niet bij onszelf. Het onvermogen om in de spiegel te kijken, om in liefde naar de medemens te kijken. Het stelselmatige oproepen tot haat.
Als je die hele buitenwereld ontleedt, op zijn juiste waarde schat (de tekortkomingen ziet, de opgelopen beschadigingen) en dan puur in je binnenste afdaalt, kun je daar stilte ervaren. Een stilte die jou laat ontvangen wat het meest wezenlijke is, voor jou, voor iedereen: datgene wat jouw kiem van licht doet ontsteken. Die dan hopelijk vlam vat en jou tot een waarlijk levend en meelevend mens maakt.
In onze diepste kern zijn we allemaal met elkaar verbonden. Ook met onze vijanden. De ultieme vrede ligt in ons allen besloten. Het hele jaar door (en niet alleen met Kerstmis).
Literatuur: Fred Tak – Jaarfeesten; Achtergronden en betekenis in onze tijd, uitgeverij Christofoor, 2017
Vrede op aarde
Plaats reactie