Ik ben niet van mij
als ik kijk
diep genoeg
en dan nog verder
zie ik geen kloppend middelpunt
dat zegt: dit ben ik
resten tref ik aan
vergankelijk
als afgekloven botten
adem, huid, een naam
die mij wordt toegeroepen
lachend, alsof ik daarin woon
mijn hoofd denkt een verhaal
oorzaak, gevolg, een ik
dat vooruitgaat
spanning, honger
een siddering
die op de vlucht slaat
zodra ik haar benoem
wat ik aanraak
verandert
terwijl ik het vasthoud
zelfs mijn schaamte
er is geen binnen of buiten
alleen doorlaatbaarheid
ongevraagd
zonder oordeel
vervult mij leegte
zuiver
als licht door een open raam
ik ben niet van mij
Wachtend
de razende straat
een claxon
geschreeuw
iemand die zijn sleutels kwijt is
een raam dat wordt dichtgeschoven
ik sta stil
met lege handen
wachtend
de lucht doet
wat zij altijd doet
stroomt
zonder bedoeling
een vogel zit
op een lantaarnpaal
schudt zijn veren
vliegt weg
de tijd schuift voorbij
zonder houvast
Wervelingen
nog eenmaal
sta ik rechtop
en draai rond
de vloer wervelt
een onnavolgbaar ritme
steeds sneller
en de wereld
ze strekt zich uit
vrij spelend
krult ze terug
een trom, de wind
de lucht danst
blij in beweging
zonder begin
zonder einde
Binnenreis
ik stap door gangen
die ik denk
maar niet volledig ken
met kamers open
en elke deur een klop
van wat kan komen
stemmen
een rivier van licht
stroomt langs de wanden
neemt mee
al wat ik achterlaat
is dit thuiskomen
of een wereld
die zich telkens opnieuw opent?
ik blijf gaan
nu nog dieper
Herinnering
ik probeer jou te vergeten
als een vogel die wegvliegt
en ja, een schaduw schuift
langs mijn ribben
ik voel mijn hart
maar het klopt niet voor mij
mijn handen trillen
ik adem
louter leegte
als een spoor
dat zich niet laat benoemen
Zo te sterven
ik lig op de bank
mijn adem gaat
zoals zij gaat
de muren laten licht binnen
de lucht besprenkelt mij
met druppels geluk
alles wat ik denk
drijft voorbij
als bladeren in een rivier
ik geef me over
zonder verhaal
niets te behouden
niets te verliezen
een kalmte
niet van mij
draagt mij
zacht
fluisterend
Afscheid
ik zie je niet
toch voel ik je nog
een laatste aanraking
verdwijnt in de lucht
woorden vallen stil
als bladeren die niet landen
maar blijven zweven
ik draai me om
de echo van jouw adem
hangt als stof
voor mijn open raam
blijf aanwezig
in een stil verdwijnen