Hoofdbanner

Raam

ik woon in een kamer
muren zonder stem
de vloer uitgespreid
als een plattegrond die niemand leest

zelfs de lucht 
voelt als gewoonte 

ik luister hoe het donker
tegen zichzelf praat

het zegt: blijf
buiten houdt zich scherp

maar mijn ribben
zoeken licht
zonder te breken

ik oefen op glas
dat ziet
hoe de wereld 
doorlaat 



Opening

de wind tegen het raam
fluistert van vergeten kamers

een sleutel valt
tandeloos op de grond

licht zigzagt naarbinnen
alsof het zich bedenkt

ik probeer een zin
maar de woorden
steken hun tong naar mij uit

tussen de regels
kraakt een spleet

een vogel vliegt langs
botst tegen glas

als scharnier in de tijd

 

 

Stilte

de kamer zucht
geen geluid
alleen het tikken van een gedachte

ik luister

in het niets
ontluikt tastend
een vinger van licht

treedt binnen
als een rilling

tussen mij en de wereld
zonder haast

een echo
zonder herinnering



Bron

soms denk je
dat je alleen bent

teruggelegd
in de donkere grond

de draden van de zon
houden jou
een seconde lang vast

vogels verliezen zich
in hun eigen roep

de rivier
neemt wat je drinkt
draagt het verder

de wereld spreekt
met gesloten mond



Kiem

het begin
een opwaartse druk
vanuit diepe rust
een gloed die als een vogel
zijn veren opschudt

het wiekt zich omhoog
om te meten
hoeveel ruimte er is

het zet zijn poten neer
op wat ligt te wachten

dan krijgt het vleugels 
rond mijn schouders

als beweging
die er is
maar nergens heen hoeft


Vlucht

later
houdt het zich stil
alsof niets hoeft te worden bewezen

ik draag het
als een jas
die open blijft

soms strekt het zich
waardoor de kamer zacht verschuift

dan trekt het zich terug
laat mij achter
in dezelfde houding

wetend waar het kan landen



Tegenlicht

maar niet alles wat stil is
blijft

soms verplaatst het zich
zonder spoor

de ruimte blijft warm
maar laat los

rust kan verdwijnen
zonder te breken

het vraagt niet
om terugkeer

maar aanraking