Hoofdbanner

Na het lezen van haar roman Er stromen rivieren in de lucht en na aanbevelingen van mijn zus, was ik vol enthousiasme aan bovenstaande titel begonnen. Het onderwerp van Liefde kent veertig regels: de hechte en ingrijpende vriendschap tussen de islamitische dichter Rumi (1207-1273) en de rondtrekkende derwisj Sjams van Tabriz.
Een derwisj is een islamitische mysticus (soefi) die een leven van armoede leidt om (vaak via een rituele dans) een directe verbinding met God te ervaren.
Rumi was ook een soefi, maar onder invloed van Sjams kwam hij in een directer contact met zijn innerlijk, hetgeen hem van vooraanstaand prediker tot een toen nog nauwelijks begrepen dichter maakte. Tegenwoordig worden zijn gedichten over de hele wereld gelezen, juist om die innerlijkheid. Zijn dichtbundels worden bij miljoenen verkocht.

Zelf lees ik de gedichten van Rumi graag. In onze dichtersclub was hij een tijdje geleden onderwerp van gesprek. Ik las om die reden veel achtergrondinformatie over Rumi, waaronder het boek van Kader Abdolah: Wat je zoekt, zoekt jou; een mystieke reis door het leven van de Perzische dichter Rumi.
Ik was dus tot in detail op de hoogte van de geschiedenis tussen Rumi en Sjams van Tabriz. Wat de spanning in het boek natuurlijk wel weghaalde. Ik wist al hoe het zou aflopen.

Het boek begint veelbelovend. Het is het jaar 2008. Ella, een getrouwde vrouw met drie al wat grotere kinderen, krijgt van het literair genootschap waar zij voor werkt, een manuscript toegeschoven om dat als proeflezer te recenseren: Zoete blasfemie, geschreven door een Amsterdamse schrijver, Aziz genaamd. Dit boek beschrijft de innige relatie tussen Rumi en Sjams van Tabriz, met steeds de diepste boodschap: geloof in de liefde. Nu is het huwelijk met haar man David meer plichtmatig dan liefdevol, en leert ze door dit document geleidelijk op een andere manier naar haar eigen leven te kijken.
De hoofdstukjes wisselen elkaar snel af, van Ella en haar besognes in het gezin, naar Sjams, naar Rumi en naar vele anderen die een rol spelen in het geheel. Dat geeft enerzijds nuances en verschillende invalshoeken. Anderzijds leest het wat minder vlot door, want je moet je om de vijf bladzijden weer in een ander personage verdiepen. Maar goed, in eerste instantie werkt deze manier van vertellen wel.
De kracht van het boek zit hem in de wijze woorden van vooral Sjams, vervat in zijn veertig regels van liefde, en zijn visie op zowel de mens als het grotere geheel waarin we leven. Zeer eigentijds en herkenbaar voor de zoekende mens van tegenwoordig, veelal losgekoppeld van wat hoort en wat moet. We gaan steeds meer individueel onze eigen weg. Wijzelf bepalen onze waarheid, onze manieren van leven. Steeds teruggekoppeld (hopelijk) naar onze innerlijke bron, waar louter licht en liefde heerst.
Ella wordt met haar neus op de feiten gedrukt; juist in haar leven ontbreekt die liefde. Boeiend, tot zover.

Maar dan verglijdt de roman mijns inziens richting een al te romantisch perspectief. Ella komt via de mail in contact met de schrijver Aziz, die de hele wereld over reist om fotoreportages te maken, wordt verliefd op de man, terwijl ze hem nog nooit gezien heeft, en andersom ook; Aziz wordt verliefd op haar. Een beetje ongeloofwaardig. Wanneer ze hem dan uiteindelijk in het echt ontmoet, valt dat niet tegen, zoals je zou verwachten. Nee, het beeld dat ze in haar gedachten van hem geschetst heeft, valt precies samen met hoe hij in het echt is. Sterker, ze verlaat zelfs haar gezin voor hem, haar man en drie kinderen achterlatend. Ze heeft de liefde gevonden. Jaja.

Tussendoor ontwikkelt zich het verhaal tussen Sjams en Rumi zoals ik dat kende uit het boek van Kader Abdolah, met enkele opvallende wijzigingen. Duidelijk ontsproten uit het romantische beeld dat de schrijfster van Sjams moet hebben gehad. Ik zette er af en toe mijn vraagtekens bij, met name bij het huwelijk van Sjams met de 15-jarige Kimya. Dat krijgt in het boek een andere lading dan wat ik aan eerdere informatie vernam. Nou ja, het is en blijft natuurlijk fictie, dus te interpreteren voor wie het zo wil zien.
Verder volgt het boek nauwgezet de ontwikkeling van Rumi (in het boek stelselmatig met Roemi aangeduid) van een vooraanstaande islamitische prediker tot de dichter die later zo beroemd zou worden. Inclusief de rol die zijn twee zonen speelden, de haat van de Korangeleerden jegens de in hun ogen ketterse Sjams, en natuurlijk (vanuit het oogpunt van de soefi’s) het belang van de diepste, vaak verscholen liefde die alle mensen, van laag tot hoog, met elkaar verbindt.

Dit laatste kende ik al, vooral uit de gedichten van Rumi, en was dus niet nieuw voor mij. Zo ook de afloop van de geschiedenis tussen Sjams en Rumi. Met als onwaarschijnlijk slot nu in het boek, de reis van Ella naar Konya, de plaats in het huidige Turkije waar het verhaal van Sjams en Rumi zich afspeelde, om daar samen met haar nieuwe geliefde Aziz hun laatste dagen door te brengen. De liefde, ach die liefde toch.


Liefde kent veertig regels; een roman over het vinden van liefde en inspiratie – Elif Shafak, uitgeverij De Geus, 2011