Hoofdbanner

In de media, zowel op internet als op radio en tv, word je dagelijks overspoeld door een ongelooflijke hoeveelheid aan meningen en overtuigingen. Iedereen lijkt zijn zegje te moeten doen. Er wordt gescholden, met name op Facebook, er wordt gedreigd en gewaarschuwd. In de talkshows op tv is men over het algemeen genuanceerder, maar ook hier gaat om het hebben van een duidelijke visie over wat er misgaat in de wereld. En vooral wat er mis is bij mensen met een andere mening.

Als je kijkt naar de achtergrond van al die overtuigingen, dan stuit je al gauw op het begrip identiteit. Aan onze identiteit ontlenen we ons bewustzijn. Ons bestaan zelfs. Wordt aan die identiteit getornd, dan komen mensen in opstand. Zie de angst die toeslaat zodra er mensen ons land binnenstromen met een andere achtergrond dan wat men kent. Een andere cultuur, een andere godsdienst, andere omgangsvormen. Paniek. We verliezen ons land! We verliezen onszelf! Het wordt een wij/zij kwestie. Zij zijn anders dan wij. Wij voelen ons bedreigd, van onze identiteit beroofd. Zij moeten zich aanpassen, maar dat doen ze niet.

Herkenbaar en ook begrijpelijk, zo’n reactie. Heel volks ook. Echter, als je kijkt naar de achtergrond van het begrip identiteit, dan kom je tot een diepere, en veel wezenlijkere bevinding. Namelijk, onze identiteit is een vorm (een houding) die we hebben aangenomen om onszelf te rechtvaardigen in wie we zijn. Ik ben katholiek. Ik ben atheïst. Ik ben links. Ik ben rechts. Ik ben een Ajax-fan etc. Het is een buitenkant van ons wezen. Identiteit heeft geen kern. Niet van: dit is wat en wie ik ben. Het is een afgeleide van het werkelijke leven.
Hetzelfde geldt voor ons ik. We denken een ‘ik’ te zijn, maar ook dat is een afgeleide. We zijn in ons diepste wezen geen ‘ik’. We zijn niets. Simone Weil heeft dat onder woorden gebracht in diverse uitspraken van haar.

‘Ik’ zeggen is liegen. Ik ben niets anders dan dwaling.

De zonde in mij zegt ‘ik’.

Geef alles op wat je je ‘ik’ noemt, zonder uitzondering. Besef dat er in wat je je ‘ik’ noemt, niets is, geen enkel psychologisch element, dat niet door externe omstandigheden teniet kan worden gedaan. Aanvaard dit. Wees blij dat dit zo is.

We leven in een onwerkelijkheid, een droom. Door afstand te doen van onze denkbeeldige positie in het centrum, maar ook met het verbeeldende deel van de ziel, ontwaken we in de werkelijkheid, zien we het eeuwige en het waarachtige licht, en horen de ware stilte.

Persoonlijk kan ik me goed vinden in dit soort uitspraken. Ze zijn behoorlijk radicaal, maar getuigen van een diep inzicht in wat en wie de mens is. Het sluit ook aan bij de visie van Meister Eckhart, die oproept om alle oordelen, gedachten en overtuigingen die wij hebben los te laten, om zo het licht en de liefde in ons binnen te laten stromen.
Dat zou mooi zijn. Dat we naar de ander luisteren en dan niets terugzeggen. Dat we de ander in zijn of haar waarde laten. Hem of haar ruimte geven. Om te laten ontstaan wat wil worden. Het kind in ons, in de ander. Wat dan tevoorschijn komt is poëzie, muziek, dans, kunst.
Wislawa Szymborska benoemde dat alsvolgt in haar rede bij de uitreiking van de Nobelprijs voor literatuur in 1996.

Allerlei beulen, dictators, fanatici, demagogen … beweren dat zij ‘weten’. Zij weten en wat ze weten, vinden ze voor eens en al voldoende. Ze willen niets méér weten, want dat zou de kracht van hun argumenten kunnen verzwakken. En elke kennis die geen nieuwe vragen oproept, wordt al gauw dode kennis, raakt de temperatuur kwijt die het leven nodig heeft. In de extreemste gevallen, die we maar al te goed uit de oude en nieuwe geschiedenis kennen, kan zulke kennis zelfs voor hele samenlevingen een dodelijk gevaar betekenen.
Daarom zijn de woordjes ‘ik weet het niet’ mij zo dierbaar. Ze zijn klein, maar met sterke vleugels. Ze zorgen ervoor dat ons leven zich blijft uitbreiden, zowel in de ruimte in ons als de ruimte buiten ons, daar waar onze nietige aarde hangt.


Ook hier, erken dat je in wezen niets weet. Geen mening, geen overtuiging. Die zijn van voorbijgaande aard. Die veranderen ook steeds, al naar gelang ons leven en onze inzichten zich ontwikkelen.
Wat er dan overblijft is verwondering. Verwondering over het leven, over het wezen van de ander, over het kind in jezelf. En je merkt, er ontstaat een gevoel voor kunst. Voor ruimte. Ruimte zowel voor jezelf als voor de ander. In feite voor de hele wereld om je heen.
En aandacht, zou Simone Weil er aan toevoegen.

Het gaat er bij aandacht om dat je opmerkzaam, ontvankelijk bent. Het is een negatieve inspanning, waarbij je je totaal openstelt voor dat waar je op gericht bent. Je zet jezelf tijdelijk buiten haakjes en vergeet jezelf om zo dicht mogelijk op de dingen te kruipen.*


* Deze opmerking over Simone Weil is afkomstig van Frits de Lange, in het nawoord van zijn boek: Simone Weil, Levenswijsheden, KokBoekencentrum Uitgevers, Utrecht, 2023