Hoofdbanner

Een dezer dagen kreeg ik een kerstkaart met de volgende spreuk:

in de kern van elke cel zijn we elkaars
gelijken, verbonden met dezelfde
bron, drinken we dezelfde gouden zon


Ann van Dessel

Wat mooi, dacht ik meteen. Een echte kerstgedachte. En tegelijk, die gouden zon, die herken ik uit een sprookje van Grimm, namelijk De kristallen bol.
Dit sprookje is minder bekend, maar ten onrechte, vind ikzelf. Wat een rijke en diepe beelden zitten erin. Zelf las ik dit sprookje vroeger vaak voor aan mijn oudste dochter. We hadden het in prentenboekvorm, met sfeervolle schilderingen omlijst. Ik weet nog dat toen ze ongeveer 5 of 6 jaar was, ze dit hele verhaal uit haar hoofd kon opzeggen, precies zoals het (nogal formeel) beschreven staat. Ze mocht het op school, op de grote stoel van de juf gezeten, laten zien. Ze bladerde daar door het prentenboek en vertelde, ten overstaand van de klas, het verhaal. Haar klasgenoten waren verbaasd en vol ontzag. Die dachten dat ze echt kon lezen. Wat niet het geval was. Dat was grappig.

Ik heb lang over de symboliek van dit sprookje nagedacht. Ik voelde er veel bij, maar vond het verder moeilijk te duiden. Later kwam ik tot een min of meer consistente duiding.
Het sprookje begint met een tovenares die drie zoons heeft, van wie ze bang is dat die haar van haar macht willen beroven. Ze betovert de oudste twee tot respectievelijk een adelaar en een walvis. De derde zoon weet te vluchten en zodoende aan haar macht te ontsnappen. Nu heeft hij gehoord van het Slot van de Gouden Zon waar een koningsdochter op haar bevrijding zit te wachten. Al 23 mannen hebben het geprobeerd, maar allemaal tevergeefs. Allemaal dood. Nog één iemand krijgt de kans, daarna mag niemand het meer proberen.
De jongste zoon besluit naar het Slot van de Gouden Zon toe te gaan. Onderweg komt hij twee reuzen tegen die met elkaar om een wenshoed vechten. Hij zet de hoed op, vergeet de reuzen en wenst zichzelf bij het Slot van de Gouden Zon. En voilà, hij is er. Hij stapt naar binnen, maar schrikt van wat hij ziet. De koningsdochter ziet er asgrauw uit, vol rimpels, met doffe ogen en rood haar. Maar in een spiegel ziet hij haar ware gedaante: als de schoonste jonkvrouw van de wereld. Hij zegt haar toe haar te willen bevrijden. Ze vertelt hem dat hij moet proberen de kristallen bol te bemachtigen. Als hem dat lukt, dan is de macht van de tovenaar die haar gevangen houdt verbroken. Maar dan moet hij eerst een wilde oeros verslaan. En als dat lukt, zal er een vurige vogel uit hem opstijgen, en in die vogel zit een ei dat gloeit, en in dat ei zit als een dooier de kristallen bol. Maar die kristallen bol mag niet op de aarde vallen, want dan verbrandt alles in zijn omgeving.
De jongeman gaat het gevecht met de oeros aan en steekt hem na een lang gevecht met zijn zwaard dodelijk neer. De vuurvogel die vervolgens uit het lichaam van de oeros opstijgt, wil wegvliegen, maar de adelaar (de broer van de jongeman) stort zich op hem en drijft hem naar de zee. Hij stoot met zijn snavel op de vuurvogel in, waarop deze uit benauwdheid het ei laat vallen. Het ei valt op een vissershut aan de kust, dat nu dreigt in vlammen op te gaan. Nu is het de andere broer, de walvis, die huizenhoge golven over de hut heen laat spoelen, waardoor het vuur gedoofd wordt. De jongeman vindt het ei en haalt er de onbeschadigde kristallen bol uit. Hij gaat ermee naar de tovenaar, waarop deze toegeeft dat zijn macht gebroken is. De jongeman is nu koning van het Slot van de Gouden Zon, trouwt met de koningsdochter, waarop ook zijn twee broers hun menselijke gedaante weer terugkrijgen.

Ja, de symboliek. Zoals vaak in de oude volkssprookjes is het de hele mensheidsontwikkeling in een enkel verhaal vervat. Het afdalen van de mens naar de aarde, daar de nodige aardse beproevingen ondergaan, deze met een groot hart volbrengen, om daarna gelouterd (terug) naar het hemelse op te kunnen stijgen. Daar vindt de uiteindelijke eenwording plaats.
Die aardse beproevingen zijn hier de oeros en de vuurvogel. De oeros staat symbool voor het dierlijke, het aardse. Woest, gewelddadig, letterlijk laag bij de grond. In de antroposofie wordt deze kracht Ahriman genoemd. Daar moet de mens de strijd mee aangaan, er doorheen zien te komen, op een Michaëlische manier. Vandaar het zwaard. Maar het gevaar is dat de mens dan doorschiet in het tegenovergestelde, een willen wegvluchten van het aardse, een gezweef in fantasieën en dromerijen, wat in de antroposofie met Lucifer wordt aangeduid. Hier is dat de vuurvogel. Ook die moet overwonnen worden. Pas dan kan de mens worden zoals hij bedoeld is: weer één met zijn oorsprong, met het licht, het goddelijke of hoe je dit ook wilt noemen. Gesymboliseerd in het huwelijk dat de mens aangaat met zijn innerlijke kern van licht, hier de koningsdochter.
Mooi dat de jongeman hulp krijgt van zijn twee broers. Als om te zeggen: alleen red je het niet. Vertrouw de dierbaren om je heen, want zij zullen je helpen je doel te bereiken. En dat doel is, koning te worden van het Slot van de Gouden Zon. In eenheid met jezelf en het Al te zijn. Een mooi vooruitzicht toch.


De kristallen bol – Uit: Sprookjes van Grimm, uitgeverij Walter Keller, met medewerking van Lemniscaat, Rotterdam, 1976