Blote woorden
ik trek een woord
zijn jas uit
eronder
nog een woord
bloot, krimpend
stiller
daar weer onder
alleen adem
ik zeg: boom
maar ik bedoel
de schaduw van gisteren
toen ik eronder stond
woorden lopen
door een veld van glassplinters
Schelp
ik hoor de stilte
niet als geluid
maar als richting
een hond
droomt met zijn poten
in een huis zonder zee
woorden leggen zich
buiten in hoog gras
neer
wit van sneeuw
brandt op mijn netvlies
ik sla een bladzij om
Buiging
ik open mezelf
als een raam zonder kozijn
mijn mond
maakt het hoorbaar
het klinkt als liefde
maar het valt
als een baksteen
op de grond
ik zwijg
doe de taal uit
dan hoor ik
hoe het licht
zich buigt
door smalle kieren
het wacht
op mijn schrijftafel
stil
Oversteek
geen woorden deze keer
alleen adem
tussen ons in
spiralen
van thermiek
de tafel, de lucht
tussen twee stoelen
alles luistert mee
je kijkt op
alsof iets je raakt
je pakt mijn hand
iets in mij
steekt over