Toen ik nog lesgaf, viel het de leerlingen altijd direct op. Steeds diezelfde vraag: ‘Meneer, bent u naar de kapper geweest?’
Ik reageerde daar afwisselend op. Soms heel flauw, iets met een grasmachine die ik net niet kon ontwijken. Een keer ook dat ik van de trap was gevallen, dat ik er daarom nu zo uitzag. Een nogal stil en afwezig jongetje op de voorste rij, het was een tweede klas Havo, meen ik, reageerde toen met verdrietige stem:
‘Ik ook een keer, helemaal van boven, ik moest toen erg huilen.’
In 5VWO had ik een ongewoon spontaan Somalisch meisje als mentorleerling. Wat ze dacht, dat zei ze. Ze was geliefd bij iedereen, juist om haar eeuwige glimlach. Ik was weer eens naar de kapper geweest, vlak voor het weekend. De maandag daarop kreeg ik er in de klas verschillende opmerkingen over. De les daarna, op een donderdag, keek ze me ineens verbaasd aan:
‘Meneer, bent u naar de kapper geweest?’
‘Ja,’ zei ik, ‘maar dat was maandag ook al.’
Waarna ze, nog verbaasder, vroeg:
“Bent u dan twee keer naar de kapper geweest?’
Kapper
Plaats reactie