Er is een verschil tussen bewustzijn en gewaarzijn. Oftewel tussen opgaan in je belevingen en je belevingen als het ware objectief waarnemen.
Je bewustzijn kun je omschrijven als alle gedachten en gevoelens die je hebt. Je spreekt jezelf toe met een ‘ik’. Je hebt een mening over hoe de wereld en jijzelf in elkaar steken, je hebt gevoelens van sympathie, antipathie, van pijn en verdriet, van geluksmomenten etc. Al deze gedachten en gevoelens zijn subjectief, want van jou afkomstig. Dit is normaal gesproken de dagelijkse toestand waarin je je bevindt. Je ‘ik’ als subjectieve waarnemer.
Je gewaarzijn bekijkt als het ware je gevoelens en gedachten vanaf een afstand zonder daar een oordeel over te hebben. Sommigen noemen dit gewaarzijn je geest of je objectieve (innerlijke) waarnemer. Of je hogere ik. Dat maakt niet uit, zolang je het verschil maar in jezelf ervaart.
Vanuit gewaarzijn merk je dat je gedachten en gevoelens niet jouw diepste kern vormen. Je ziet het betrekkelijke van ze in. Ze zijn jouw buitenkant, bedoeld om je in de wereld te handhaven. Misschien moet je om ze lachen, vind je ze grappig, of juist dwaas, dat kan ook. Maar je neemt er (op een milde manier) afstand van. Ze mogen er zijn, in al hun onvolmaaktheid. Ze passen bij jou. Als een jas die je elk moment weer uit kunt doen.
Dit gewaarzijn lijkt op wat in de psychologie wel eens metacognitie of mindful awareness wordt genoemd: het vermogen om gedachten en gevoelens te observeren zonder er direct in op te gaan. Mensen kunnen leren om minder samenvallend met hun gedachten te leven, wat vaak meer rust en flexibiliteit geeft. Maar volgens diezelfde (westers georiënteerde) psychologie is dit een functie binnen hetzelfde bewustzijnsproces. Waarmee ze het verschil tussen bewustzijn en gewaarzijn in principe ontkent.
Het brein als centrum van ons menszijn, zo ziet de wetenschap ons. Oftewel, iets voorzichtiger geformuleerd, onze mentale processen correleren sterk met onze hersenactiviteit. Maar spiritueel gezien zijn wij meer dan alleen hersenactiviteit.
Gaan wij verder met de spirituele manier van het beleven van gewaarzijn: dit te ontwikkelen vraagt oefening. Je dient als het ware je identiteit te doorzien. Dit gaat niet gemakkelijk, want je hele persoon zal hiertegen in opstand komen. Wie je bent, wat je doet, geef je niet zomaar op. Wat blijft er van je over? Je bent misschien bang in iets onbekends terecht te komen. Dus klem je je vast aan de zekerheden die je in het leven veroverd hebt. Je keuze voor een politieke richting, voor de mensen die je wel of niet leuk vindt, voor jouw standpunten en overtuigingen. Het vraagt moed om dit op te geven.
Dus lukt het je niet. Je gevoelens en gedachten blijven zich aan je opdringen. Juist ook als je ze uit wilt schakelen. Maar dat is niet erg. Zodra je een keer een glimp op hebt weten te vangen van wat het is om in gewaarzijn te verkeren, ben je al op weg. Dat kan een paar seconden duren, misschien iets langer. En dan ben je het kwijt. Je wilt het terughalen, maar juist dit soort pogingen stranden. Je wilt te graag. Ook dit willen moet je loslaten. Niets verwachten. Opnieuw proberen te kijken naar al je gedachten en gevoelens. Vriendelijk tegen ze zijn. Geef ze een arm, omsluit ze. Probeer jezelf open te stellen. Laat ruimte, helderheid en humor jouw binnenwereld binnen glijden.
En misschien, heel misschien komt het. Ervaar je rust in jezelf. Een stilte die vervuld is van acceptatie en dankbaarheid. Zowel jegens jezelf als de wereld om je heen. Alles is zoals het is. Je ziet dat het goed is, ook de dingen die niet goed zijn.
Opmerking: de termen bewustzijn en gewaarzijn, op deze manier benaderd, ontleen ik aan het boek Vrij van gedachten; praktische handleiding voor een helder en liefdevol leven van Jan Geurtz (Ambo/Anthos, Amsterdam, 2015)