De Franse filosofe Simone Weil (1909-1943) beschreef hoe er twee fundamentele ‘krachten’ op de mens inwerken. Ten eerste de aardse zwaartekracht, die naar beneden is gericht. Deze is direct voelbaar en wetenschappelijk, met instrumenten dus, aan te tonen.
Ten tweede, het licht van de zon die ons omhoog doet reiken. Deze is wel direct voelbaar en ook zichtbaar (denk aan de groeirichting van planten), maar wetenschappelijk niet als kracht te meten. Ze is leven-brengend en leven-scheppend van aard. Ze heeft, zonder dat we ons dat bewust zijn, een spirituele grondslag.
Onderzoeken we waar het voor ons zichtbare zonlicht uit bestaat, dan zien we dat deze varieert van 400 tot 700 nm aan golflengten (nm = nanometer, oftewel één miljoenste millimeter). Van 400 tot 500 nm zien we als blauw, van 600 tot 700 nm zien we als rood.
Het is opvallend dat planten voor hun fotosynthese (het omzetten van zonlicht in energie) hoofdzakelijk de kleuren rood en blauw gebruiken. Het tussengebied, van 500 tot 600 nm (= de kleur groen) wordt niet of nauwelijks geabsorbeerd. Deze golflengten worden weerkaatst, vandaar dat bomen en planten overwegend groen van kleur zijn.
De mens ervaart in het zonlicht, buiten wat hij direct met zijn ogen kan zien, twee onzichtbare componenten. De ene is voelbaar als warmte op je huid, de infrarode straling. Deze heeft een golflengte van groter dan 700 nm.
De andere is het ultraviolette licht, kortweg uv-licht genoemd. Deze heeft een golflengte van minder dan 400 nm. Deze voel je niet aan je huid. Echter, door de kleine golflengte kan het wel dieper je lichaam binnendringen. Dat kan bij langdurige blootstelling schade veroorzaken. In eerste instantie wordt je huid er bruin van. Maar het uv-licht kan ook voor verbranding zorgen, en in het ergste geval zelfs huidkanker.
Ook planten gebruiken dit uv-licht, meestal ter versterking van blad en stengel.
Chargerend kun je zeggen dat de mens de IR-straling van de zon omarmt: we hebben allemaal behoefte aan de warmte die de zon ons geeft. En dat de mens de Uv-straling op afstand houdt, want schadelijk.
We smeren ons in met zonnebrandcrème, om verbranding en de kans op huidkanker tegen te gaan. Maar dit gebeurt pas sinds eind jaren zeventig van de vorige eeuw, en dat dan alleen in de westerse landen. Daarvoor heeft de mens dat nog nooit gedaan; er bestonden ook geen middelen om ons tegen het uv-licht te beschermen.
We houden, door gebruik te maken van de zonnebrandcrème, een gedeelte van het zonlicht tegen. Op een onnatuurlijke manier, voeg ik eraan toe. Zonnebrandcrème is kunstmatig, wordt door de mens gemaakt en bestaat behalve uit water en oliën onder andere uit minerale filters (titaniumoxide en zinkoxide om het licht als een spiegel te weerkaatsen) en chemische filters (producten uit aardolie verkregen die dieper in de huid trekken en het uv-licht omzetten in warmte).
Terugkomend op de bevindingen van Simone Weil: van de twee op de mens werkzame krachten (zwaartekracht naar beneden, de ‘kracht’ van het zonlicht naar boven) wordt er bij het gebruik van zonnebrandcrème één gedeeltelijk teniet gedaan. Namelijk die van de weg naar boven.
Mijn persoonlijke bevinding is dat we juist dit uv-licht nodig hebben. De warmte van de IR-straling voelt als aangenaam voor onze buitenkant (onze huid), het uv-licht geeft een soort van innerlijke ‘lichtheid.’ Het uv-licht verkwikt ons. We worden er blij en opgewekt van. Een tekort aan uv-licht kan tot depressies leiden, een willen vluchten voor de (harde, niet verkwikte) werkelijkheid, en het grijpen naar de roes van alcohol en drugs.
Zelf noem ik het uv-licht de spirituele component van de zon. De zon als zoon van de vader. De vader kun je zien als het hele universum, het Al, of God, of welke naam je er ook aan wilt geven. De zoon staat dan voor het scheppende onderdeel van het heelal op onze aarde: de zon. Let op dat zowel in het Nederlands (zon-zoon), het Engels (sun-son) als het Duits (Sonne-Sohn) de woorden haast gelijk aan elkaar zijn. De zoon van God, het wordende in de wereld, in het christendom de Christus genoemd.
Het is tekenend voor onze tijd, en specifiek voor de westerse wereld, waarin de aandacht voor het materiële de hoofdtoon voert, dat juist dit spirituele aspect wordt tegengewerkt. Sterker, als je aangeeft dat je je niet wilt insmeren met zonnebrandcrème, word je voor gek verklaard. Argumenten dat mensen die hoofdzakelijk in de buitenlucht werken, zoals boeren, tuinders en mensen in de bouw, zich nooit insmeren, dat in het verleden ook nooit gedaan hebben, wuiven ze weg met slechts één woord: huidkanker. Het lijkt het nieuwste, angstaanjagende spookbeeld van onze tijd te zijn.
Natuurlijk, een hele dag als een zeehond op het strand bakken is niet goed. Bijzonder onnatuurlijk ook. Daar kun je inderdaad huidkanker van oplopen. Misschien nog wel eerder wanneer je je altijd hebt ingesmeerd, omdat je huid dan geen weerstand heeft opgebouwd. Alsof je een kasplantje bent.
De mensheid heeft dat, zoals gezegd, in het verleden ook nooit gedaan. Ook dat is een product van onze (in mijn ogen decadente) westerse samenleving: het onbeperkt willen consumeren en genieten van alles wat materieel voorhanden is. Waarmee we, als het even kan, de natuur naar onze hand zetten. Met kunstmatige, onnatuurlijke middelen. Gif, plastic etc. Dat we ondertussen al verder van diezelfde natuur verwijderd raken, ons innerlijk al onrustiger voelen, met steeds minder ‘licht’ van binnen, daar zijn we niet of nauwelijks mee bezig. En als ons dat wel overkomt, dan hebben we daar (chemische) pillen voor, of er staan ons (dure) therapieën ter beschikking of we verdoven ons verder in het gebruik van alcohol en drugs.
En de industrie, die verdient bakken met geld aan deze tendens. Alleen al in de VS zijn miljoenen mensen verslaafd aan zware pijnstillers als oxycodon en fentanyl. Per jaar sterven er honderdduizenden mensen aan een overdosis van deze producten.
In het verlengde hiervan, ook op de zonnebrandcrèmes wordt flink verdiend. Een flesje kost in Nederland al gauw tussen de 20 en 30 euro. Deze industrie heeft zich ook succesvol binnen onze nieuwsvoorziening genesteld. In de jaren 80 van de vorige eeuw begon men er tijdens het weerpraatje van het tv-journaal mee. Gewaarschuwd werd voor de zon, factor dit of dat, en heel nadrukkelijk, smeer je in! In de jaren negentig en daarna bleven dit soort adviezen achterwege, waardoor is onduidelijk. Maar sinds kort zijn ze er weer. Blijf niet langer dan zoveel minuten in de zon, zegt de NOS-weerberichtman, pas op, huidkanker, smeer je in. Vorig jaar werden er op sommige Nederlandse stranden zelfs gratis (door de gemeente betaalde) aftappunten voor zonnebrandcrème geïnstalleerd. Er werd massaal gebruik van gemaakt.
En het advies: smeer je na een paar uur opnieuw in, want de crème kan inmiddels uitgewerkt zijn. Zo smeer je er op een dag al gauw €20 doorheen. Dan kom je thuis, je voelt je leeg en onvoldaan. Je hebt trekt in een wijntje. Of iets sterkers, een whisky bijvoorbeeld.
Heb je wel een tijdje onbeschermd in de zon gezeten, het liefst in de vroege lente of de late herfst, dan voel je je gezond. Letterlijk en figuurlijk! Je bent blij, je trekt de natuur in, je geniet van al het groen om je heen, je hoort de vogels fluiten. En thuisgekomen drink je kruidenthee. Of gewoon een glas water, ook lekker.
De spirituele kracht van zonlicht
Plaats reactie