Hoofdbanner

Wat onderscheidt de mens van het dier? Volgens zoölogen en primatologen weinig anders dan dat de mens wat verder ontwikkeld en daardoor succesvoller is in het zich handhaven op de aarde. We hebben dezelfde soort emoties en drang tot overleven als de zoogdieren. Dezelfde primitieve instincten ook. Onder andere primatoloog Frans de Waal heeft hier baanbrekend onderzoek naar gedaan. We herkennen ons al gauw in bepaald gedrag van chimpansees, vooral waar het gevoelens als jaloezie en macht betreft. Maar waar dieren louter vanuit hun drang tot overleven handelen, is de mens in staat zichzelf en de wereld te vernietigen. Waardoor we in feite een weliswaar veredeld, maar gevaarlijk soort zoogdier zijn.

Vanuit hun gezichtspunt is hier weinig tegen in te brengen. Op veel gebieden komt het gedrag van ons mensen inderdaad overeen met dat van vooral de zoogdieren. Je ziet het ook terug in onze taal. Iemand na-apen, zo sterk zijn als een beer, sluw als een vos etc.
Maar je kunt er ook anders naar kijken, door niet de overeenkomsten maar de verschillen te onderzoeken.
Wat ten eerste opvalt is de fysieke verschijning. De mens staat en loopt als enige soort helemaal rechtop, zijn lijf dus verticaal gericht op de zwaartekracht van de aarde. Vogels lopen weliswaar ook rechtop, maar hebben slechts twee poten, meer niet. Mensapen zitten er een beetje tussenin. Ze lopen min of meer rechtop, maar gebruiken nog wel hun handen om op de grond af te zetten. Bij de dieren, kun je stellen, is de gerichtheid van hun lijf horizontaal aan de aarde.
Als enige soort richten wij ons bewust naar boven, naar de zon, de maan, de sterren, het hele universum. Dieren zijn daar niet mee bezig. Hooguit kijken ze omhoog om te zien of een roofvogel hen belaagt. Om te overleven dus. Het is alleen de aarde die telt, het voedsel en de omstandigheden die daar voorhanden zijn.

Al in de oudheid keek de mens op naar de sterrenwereld. De hele Griekse mythologie is daar op gebaseerd. Men meende in de formatie van de sterren de geestelijke wereld terug te zien, men leefde daar mee, hetgeen tot de bekende verhalen heeft geleid van Perseus, Andromeda en tal van andere, door hen genoemde sterrengroeperingen. In hun beleving bepaalde de wereld daarboven de wereld beneden op aarde.
In die tijd is ook het gevoel voor religie ontstaan. Het gevoel dat hemel en aarde met elkaar verbonden zijn.
In onze tijd beschouwen we de Griekse verhalen als mythen zonder wezenlijk bestaansrecht. Hetzelfde geldt voor velen bij religie. Dat was iets van vroeger, daar geloven wij niet meer in. Toch richten we onze blik nog altijd naar boven. Niet via verhalen of religie, maar in de materie. We hebben ons aan de zwaartekracht onttrokken door net als de vogels te vliegen. Mechanisch weliswaar, maar toch. We zijn geïnteresseerd in de planeten, de maan, de verre sterren. We hebben mannen op de maan gezet. We ontdekken het bestaan van witte dwergen, rode reuzen, zwarte gaten. We sturen verkenners de ruimte in, om zoveel mogelijk verdere informatie te verzamelen. We proberen tot het begin van het ontstaan van het heelal te komen. We richten ons nog altijd naar boven, weg van de aarde. Vroeger in verhalen en mythen, tegenwoordig fysiek en mechanisch.

Maar misschien is het belangrijkste verschil tussen de mens en het dier het gebruik van onze handen. Bij het rechtop staan en lopen gebruiken we alleen onze voeten. Deze zijn, kun je zeggen, aan de aarde gebonden. Maar onze handen zijn vrij. Ze hebben geen directe functie in de manier waarop wij ons bewegen. Juist dit heeft grote gevolgen gehad voor onze ontwikkeling. Het heeft ruimte gecreëerd voor een andere manier van kijken en denken. Verfijnder, genuanceerder. Zowel in taal, kunst als technologie.
Met onze handen kunnen we scheppen. Hutten bouwen, later huizen. Gereedschap maken, vuur. Dijken aanleggen. Een gemeenschap opbouwen. Communiceren. En het belangrijkste, kunst maken. Dieren doen dat niet. Schilderingen, beeldhouwen, muziekinstrumenten, gedichten schrijven. Waarmee we ons in feite verticaal oprichten en het aardse ontstijgen. Inspiratie komt van bovenaf, zegt men. Jawel.

Onze handen maken ons vrij. Waar dieren gebonden zijn aan een aards leven, met als enig doel te overleven, zonder de mogelijkheid zich verder (binnen bepaalde marges) te ontwikkelen, zijn wij in staat de natuur en de wereld aan ons te onderwerpen. Zijn wij in staat betekenis aan ons leven te geven. Natuurlijk, dat kan zowel ten goede als ten slechte uitpakken, want ook daar zijn wij vrij in. Wij kunnen keuzes maken, dieren niet of nauwelijks. Die zijn afhankelijk van de omstandigheden, veelal door de mens bepaald. Wat maakt dat wij als mens in hoge mate verantwoordelijk zijn voor het welzijn van de dieren en de natuur om ons heen.

Daar gaat het al gauw mis, door hebzucht gedreven als de mens vanuit zijn dierlijke natuur nu eenmaal is. De bio-industrie, de monoculturen in de landbouw, het gif dat daar gebruikt wordt, de fossiele brandstoffen die voor vervuiling en opwarming van de aarde zorgen, plastic in het milieu, het zijn de keerzijden van ons vermogen om de wereld naar onze hand (!) te zetten. Maar tegelijkertijd, juist door ons te richten op wat het aardse ontstijgt, in kunst, in religie, kunnen wij ons verheffen tot boven het dierlijke.

Dat is wat ons tot mens maakt, dat wat een dier van nature heeft, de pure en eerlijke drang om te overleven, leren te beheersen en het daarna in te zetten voor iets dat onszelf overstijgt. Dat om te vormen tot iets gemeenschappelijks, iets dat de harmonie in ons en de wereld herstelt. Zodat wij weer één zijn met de natuur en met elkaar.
Onze handen zijn het eerste instrument dat ons daartoe beschikbaar is. Leve onze handen.