Hoofdbanner

Uit een onuitgegeven toneelstuk:

F: Ik was lopend op weg naar de Praxis, er was verf in de aanbieding. De bomen bij de spoorwegovergang gingen net open. Een man en een vrouw, beiden op een fatbike, trokken niet op, maar bleven gewoon op het wegdek staan. De vrouw, zo te zien een zus van Bessie Turf…
M: Jee Fred, zo praat je niet over een ander.
F: Nou, zij stapte dus af, en pakte iets weg, rechts van de weg, aan de rand van de spoorrails. Ik vroeg haar wat dat was. Haar vriend, of metgezel, of wat dan ook, met een lange baard, een grote bril, nog altijd op zijn fatbike gezeten, glimlachte breeduit. Hij leek sprekend op Big Mouth, van dat zangduo vroeger, Mouth & MacNeal.
M: En wat zei ze?
F: Dat het een gelukssteen was. Ze liet hem aan mij zien. Vrolijk beschilderd, zonder tekst. Ik vroeg hoe ze wist dat die op die plek lag. Ze antwoordde dat ze dat niet wist. Dat je dit soort stenen gewoon overal kunt vinden.
M: Ik vind het een raar verhaal, Fred. Geloof je het zelf?
F: Nou, ik wenste haar in ieder geval veel geluk. Mouth moest toen heel hard lachen. Waarom weet ik niet.
M: Hij dacht er natuurlijk het zijne van.
F: Misschien zag hij een ster...
M: Hè, wees nou eens serieus. Een normaal gesprek met jou voeren is haast niet mogelijk, zeg.
F: Zijzelf leek ook te twijfelen. Ze stopte de steen in haar zak, en weg reden ze op hun dikke banden. De vrouw nu ook lachend.
M: En jij weer verder naar de Praxis?
F: Ja, maar de verf die ik zocht hadden ze niet, helaas.