Hoofdbanner

De Amerikaanse schrijfster Margaret is natuurlijk vooral bekend om haar ‘The handmaid’s tale’, haar dystopische roman uit 1985 over een maatschappij beheerst door mannen. Een verontrustend boek, inmiddels verfilmd (in 1990 door Volker Schlöndorff) en tot televisieserie bewerkt (in 2017).
Haar roman Penelope uit 2005 is minder bekend. Het handelt over de vrouw van Odysseus, die, zoals bekend, 20 jaar moest wachten op de terugkeer van haar man. Het is in de ik-vorm geschreven, vanuit het perspectief van Penelope. Ze bevindt zich in het dodenrijk van Hades en kijkt terug op haar leven. Af en toe komt ze mede-doden tegen en voert gesprekken met hen. Heel bijzonder natuurlijk.

Even tussendoor over de stijl: wat kan Margaret Atwood toch prachtig schrijven. Zo vanzelf, zo naturel, met losse opmerkingen die dan weer grappig zijn, dan weer vilein. Meesterlijk. Alleen al om de taal kun je van dit boek genieten.

De vertellingen van Penelope worden om het hoofdstuk afgewisseld met een soort van (Griekse) elegieën, klaagzangen van de 12 slavinnen die bij de thuiskomst van Odysseus door hem en zijn zoon Telemachos vermoord werden. Dit tot groot verdriet van Penelope, blijkt later in het verhaal. Want juist deze 12 jonge meisjes waren haar steun en toeverlaat in haar strijd met de vrijers die zich zo schaamteloos aan haar opdrongen.
Het verhaal van Odysseus zelf is natuurlijk overbekend. Aan al die omzwervingen van hem wordt slechts terloops aandacht besteed. Heel slim sijpelen er twijfels van Penelope door over wat er nu echt gebeurd is en wat niet. Waarmee de Griekse mythes fraai overeind blijven staan. Wat is verzonnen en wat niet?

Kern van het verhaal wordt steeds meer de positie van Penelope tegenover het brute geweld dat rondom haar plaatsvindt. Ze kan daar geen vrede in vinden. Ze voelt zich schuldig dat zij het lot van haar 12 dienstmeiden niet heeft kunnen voorkomen. Het boek eindigt dan ook met een eigentijdse (21e -eeuwse) aanklacht tegen Odysseus en zijn zoon Telemachos. Er is een heuse rechtbank die een oordeel moet vellen. Hoofdstuk XXVI heet dan ook: ‘Het koor: De rechtszaak van Odysseus, op video opgenomen door de Meiden.’
Er vindt een uitwisseling van standpunten plaats. Uiteindelijk wordt Odysseus vrijgesproken, tot verbijstering en woede van de 12 terechtgestelden. Maar, hij is nog niet van ze af. Ze zullen hem volgen, achtervolgen, tot gerechtigheid is geschied.
‘Joehoe, meneer Diepzinnig, meneer deugdzaam, meneer Goddelijk, meneer de Rechter! Kijk eens achterom! Daar zijn we weer, we lopen achter je, heel dichtbij, zo dichtbij als een kus, zo dichtbij als je eigen huid.’
Met in de slotstrofe een klaagzang, eindigend met de zin: ‘De Meiden krijgen opeens veren en vliegen weg als uilen.’

Een moderne versie op het verhaal van Odysseus, zo kun je dit boek lezen. Het zet vraagtekens bij de rol van de vrouw in de Oudheid. De ondertitel luidt dan ook: ‘De mythe van de vrouw van Odysseus’.
Misschien hadden de emoties van Penelope nog wat uitgediept kunnen worden, bedenk ik zelf. Het is ook een relatief dun boekje van 159 bladzijden. Maar haar stijl, wauw. Laat ik eindigen met de opmerking van (koningsdochter) Penelope nadat ze volgens afspraak gedwongen was de vrouw van Odysseus te worden.
‘Zo kwam het dat ik aan Odysseus werd gegeven, als een vleespakketje. Maar wel een vleespakketje in een gouden wikkel. Een soort vergulde bloedworst.’


Penelope; De mythe van de vrouw van Odysseus - Margaret Atwood, De Bezige Bij, 2005