Hoofdbanner

In 2010 kwam er een interessant boek uit van Joost Bosland, psychotherapeut en documentairemaker. Hij vraagt zich af waar de polarisatie in ons land is begonnen, tezamen met de verhuftering in de sociale omgang. Hij doet dit aan de hand van een onderzoek naar het groeiende populisme in Nederland. Waar komt dit voldaan? Hoe kunnen we dat psychologisch verklaren?

Hij komt dan uit op een verschijnsel uit de psychiatrie, te weten borderline. Het begrip borderline wordt tegenwoordig te pas en te onpas gebruikt. Het woord zelf dekt ook niet de lading. Een eeuw geleden dachten psychiaters dat alle patiënten óf neurotisch óf psychotisch waren. Een borderliner stond daar, volgens hun theorie, precies tussenin, op de ‘grens’ (border = grens). Vandaar de term.
Tegenwoordig denkt men niet meer in termen van ‘midden’ of een ‘grens’. Desondanks blijft men wel het woord borderline gebruiken, omdat die eenmaal ingeburgerd is geraakt.

Een borderliner kun je typeren als iemand met een basisgevoel van een extreme onveiligheid. Dit kan door trauma’s uit de jeugd komen, door een diepe angst om verlaten te worden, het hebben van een gevoel van leegte, en in het algemeen door gevoelens van onthechtheid. Er is angst voor de omgeving, angst voor de toekomst.
Een borderliner probeert uit alle macht grip op deze instabiele emoties te krijgen door te splitten: de wereld te verdelen in een wij en een zij, in een goed en een kwaad. De borderliner voelt zich één met de groep van wij en het goede, en zet zich af tegen de groep die voor hem het kwaad vertegenwoordigt. De wereld wordt in tweeën gesplitst. Dat geeft hem een gevoel van duidelijkheid en daardoor van (tijdelijke) veiligheid.

Een ander kenmerk van de borderliner is dat hij òf de ander adoreert òf juist haat. Er lijkt geen tussenweg te zijn. Heel vaak is er het patroon van eerst liefhebben, op een haast obsessieve manier, om na verloop van tijd tot het besef te komen dat die ander toch tegenvalt, waarna er genadeloos met hem wordt afgerekend.
In de keuzes van de kiezers zien we dit wispelturige gedrag zeker de laatste jaren sterk terug. In het jaar 2019 bijvoorbeeld veroverde Forum voor Democratie (FvD), in 2015 als nieuwe partij opgericht, bij de Proviciale Verkiezingen maar liefst 86 zetels (van de 570). Daarmee was de partij in één klap de grootste van Nederland. Om bij de volgende verkiezingen weer ver weg te zakken. Hetzelfde lot overkwam de BBB, opgericht in 2019, die in 2023 bij de Provinciale Verkiezingen de meeste stemmen haalde, om ook daarna ver terug te vallen. En heel recent NSC, de partij van Pieter Omzigt, opgericht in 2025. De partij haalde maar liefst 20 zetels bij de Tweede Kamer verkiezingen, maar staat op dit moment volgens de peilingen op 0 tot 1 zetel. 
De kiezer als borderliner, tja. 

Een borderliner zit niet in de kern van zijn wezen, zou je kunnen zeggen. Hij knalt alle kanten op, in gedrag, in emoties. Het is continu zwart/wit bij hem. Hij kan manisch zijn, vol enthousiasme aan iets beginnen, maar een volgend moment depressief, niet in staat tot welke actie dan ook. Ook zal hij, om zichzelf te handhaven in een ingewikkelde wereld (die hij veelal niet overziet) al gauw manipuleren, liegen, en vooral, de eigen problemen op de ander projecteren. Wat hij ziet als een tekortkoming van de ander, is in feite een tekortkoming van hemzelf. Zichzelf in de spiegel kijken is iets wat hij niet kan. En ook niet wil.

In de politiek zien we dit mechanisme terug bij de extreemrechtse partijen. Continu wordt er gehamerd op de gevaren die ‘anderen’ onze samenleving binnenloodsen. Die anderen zijn zichtbaar aan hun uiterlijke kenmerken. Dat geeft duidelijkheid. Gekleurde mensen, vrouwen met een hoofddoek, personen met een andere cultuur, met een ander geloof, andere gewoontes ook, ja die vallen op, die kunnen nagewezen worden of vijandig bejegend.
Deze personen moeten ook als het even kan ‘ontmenselijkt’ worden. Ze worden beschouwd als een obstakel, niet als een mens. En obstakels dienen uit de weg geruimd te worden. Vluchtelingen, asielzoekers, moslims, op hen kunnen alle gevoelens van onveiligheid onbekommerd geprojecteerd worden. Heerlijk dat we zo’n vijand hebben. Dan hoeven we niet naar onszelf te kijken en met onze eigen tekortkomingen aan de slag.

Dit is het politieke klimaat waarin we tegenwoordig zitten. Een groot gedeelte van de mensen kenmerkt zich door deze borderline-eigenschappen. Niets is sterker dan ingebeelde angsten. Probeer daar maar eens doorheen te breken. De populisten, zich niet bekommerend om het welzijn van de mens en alleen maar uit op macht, spelen heel handig op deze borderline emoties in. Ze creëren als het even kan chaos, en daarna nog meer chaos, juist om dat gevoel van onveiligheid te vergroten. Geen oplossingen, oh nee. Geen verbinding zoeken met ‘de anderen’, integendeel, zij zijn onze vijand, de bedreigers van ons gevoel van veiligheid, zij moeten met hand en tand bestreden worden. Uitzettingen, het liefst naar een heel ver land, grenzen dicht, desnoods uit de EU, als we maar veilig zijn. En als dat gevaar eenmaal geweken is, doemt er al snel weer een andere dreiging aan de horizon op: moslims, Marokkaanse jongeren, islamitische scholen, moskeeën. En eerder, de invasie van Poolse arbeidsmigranten, wie weet dat nog? Dat was zo erg, in de beleving van extreemrechts, dat er in 2012 een Polen meldpunt werd ingesteld. Iedereen die klachten had over het gedrag van Poolse (en ook Roemeense en Bulgaarse) seizoenarbeiders, kon daar terecht. Zo veranderen de speerpunten van de populisten al naar gelang zij de onrust onder het publiek maar kunnen bereiken en vergroten.

Zorgwekkend is dat de partijen uit het politieke midden, in een poging stemmen terug te winnen, de retoriek uit de extreemrechtse hoek steeds meer overnemen. Nederland verrechtst, kun je constateren. Nu is een toename van het neoliberalisme (= vrije markt denken) al een bedenkelijke zaak, lijkt mij (het vergroot de kloof tussen arm en rijk), maar hier wordt er ook nog een saus over gegoten van xenofobie, bot egoïsme en een dikke-ik-mentaliteit. Er worden zondebokken gezocht en gevonden. Zij zijn het kwaad, wij zijn het goede. Dit soort polarisatie lijkt alleen maar toe te nemen. Wie nuance of verbinding zoekt, wordt al gauw emotioneel (onderbuik!) en heel grof (met scheldwoorden en al) weggezet of bedreigd. Zie hoe de voormalige minister Sigrid Kaag door Geert Wilders regelmatig een heks werd genoemd, waarna zijn aanhangers het nodig vonden haar bij haar thuis met brandende fakkels op te wachten. Want een heks steek je in de brand!

De oplossing volgens Joost Bosland is toch steeds weer de verbinding proberen te zoeken met deze rechtsextremistische groepen. Ze niet buitensluiten dus, zoals nu in de politiek gebeurt. Want dat vergroot de afstand tussen de verschillende bevolkingsgroepen en dus de polarisatie. Naar ze luisteren, ze serieus nemen, begrip voor hun angsten tonen. Vooral zelf rustig blijven, niet op alle provocaties ingaan. Het goede voorbeeld geven. Niet met rationele tegenargumenten komen, dat bereikt ze niet. Daarvoor zitten ze te diep in hun emoties. Gewoon met ze meeleven, zodat ze zich gezien en erkend voelen. Meer niet. Dan hoeven ze zich minder af te zetten tegen de 'elite', tegen 'links', tegen 'woke' of hoe ze hun vermeende tegenstanders ook betitelen. Dat haalt ze wellicht enigszins uit de borderline modus, waarin ze zichzelf verschanst hebben. 
Maar ja, zoals we gezien hebben bij Dilan Yeşilgöz van de VVD, haar toenadering naar de PVV heeft niet echt goed uitgepakt voor ons land. En zeker niet voor de VVD zelf. Dus ja, wat is wijsheid?


Bronnen:
Joost Bosland – De waanzin rond Wilders, uitgeverij Balans, 2010
Randi Kreger – De borderline gids; omgaan met een borderline-persoonlijkheidsstoornis, uitgeverij Nieuwezijds, 2010