Hoofdbanner

Om de zoveel jaren is het binnen het onderwijs weer het onderwerp van gesprek: de leerling zou veel meer eigenaar moeten worden van het eigen leerproces. Dat zou de intrinsieke motivatie bevorderen. Het enthousiasme zal terugkeren, leerlingen gaan weer met plezier naar school. Of, volgens het uitgangspunt van mijn laatste school: de leerling staat centraal.
Maar keer op keer falen dit soort inzichten in de praktijk. Het Studiehuis is hier ten gronde aan gegaan. Ook de iederwijsscholen, waar de leerlingen zelf mochten  kiezen wat ze wel of niet leerden, hebben het niet gered.
Het idee is aantrekkelijk: de leerling zelf laten onderzoeken hoe hij aan kennis en inzicht komt. Met internet bij de hand ligt er een hele wereld voor hem open. Alles kan opgezocht worden. Waarom nog ouderwets leren? De docent is begeleider, ofwel coach. Aan de zijlijn kijkt hij toe hoe de leerling zichzelf ontwikkelt. Wat een prachtig vooruitzicht.
Echter, de praktijk laat zien dat jongeren begeleiding en een bepaalde druk van buitenaf nodig hebben. Ze zijn korte termijn gericht, overzien hun eigen beslissingen niet, en hebben vaak ook helemaal geen zin al die verantwoordelijken te dragen. Maar vooral: het is een zeer inefficiënte manier van leren. Juist de minder getalenteerde leerlingen haken af. Daarover straks meer.

Dat neemt niet weg dat een eigen invulling van hoe je dingen leert zijn waarde heeft. Iedereen voelt dat aan. Het vergroot de betrokkenheid van de leerling bij het onderwerp. De leerling werkt van binnenuit aan zichzelf. Hij mag creatief zijn, de eigen individualiteit ontwikkelen, heel belangrijk in onze moderne tijd. Vandaar dat het door onderwijspsychologen steeds weer naar voren wordt gebracht. En terecht.

Maar, men vergeet hierbij onderscheid te maken tussen twee soorten van onderwijs. De ene is gebaseerd op de wetenschap zoals die aan de universiteiten wordt onderricht. Met name de bètavakken corresponderen hiermee. Dit soort onderwijs vraagt duidelijke instructie, heldere uitleg, de docent als autoriteit, met de leerling die alles aanneemt wat hem als lesstof wordt aangedragen. Het proces is hier van buitenaf naar binnen toe. Geen discussies. De basis is kennis opdoen, inzichten ontwikkelen, de theorie in de praktijk kunnen toepassen. Op de basisschool kan er om die reden niet genoeg aandacht worden besteed aan taal en rekenen. Leren, oefenen, net zo lang tot de stof erin gestampt is. En op de middelbare school: feiten zijn feiten. Hier valt niet aan te morrelen. Het is een kwestie van aannemen, accepteren. Nee, creatief is dit niet. Maar wel nodig als basis om je in het leven te redden.

Maar er zijn ook vakken en onderwerpen waar normen en waarden, ofwel de eigen persoonlijke belevingen, een hoofdrol spelen. Denk aan alle kunstvakken. Of het onderwerp poëzie bij het vak Nederlands. Daar wordt juist wel een appèl op de eigen invulling gedaan. Een top-down lesgeven van docent naar leerling is hier niet op zijn plaats. De leerling (of in groepjes: de leerlingen) zelf iets uit laten zoeken is hier waardevol. Er kunnen discussies ontstaan, de ene leerling beleeft in een stuk tekst iets heel anders dan een ander. Juist de uitwisseling van die verschillen vergroot de inleving in de ander. Je leert hoe het is om te spiegelen. Je moet je kunnen verplaatsen in de ander en daar weer je eigen bevindingen tegenover stellen. Dat kan prachtige resultaten opleveren. Zie ook de film Dangerous Minds uit 1995 met Michelle Pfeiffer, hoewel die flink over the top is qua sfeerbeleving.
Vakken als maatschappijleer, filosofie en CKV, en misschien ook geschiedenis, krijgen meerwaarde als ze zich van dit concept bedienen. Dat mag wel eens wat meer aandacht krijgen.

Om op mijn eigen vak natuurkunde terug te komen; ouderwets klassikaal lesgeven werkt hier het beste. Voor velen klinkt dit achterhaald, als iets van vroeger. Maar nogmaals, men verwart hier de wetenschappelijke vakken met die waar je een eigen mening over kunt (en ook moet) hebben. Je kunt het leerlingen niet aandoen om de lesstof natuurkunde eigenhandig tot zich te nemen. Dat is veel te moeilijk en arbeidsintensief voor ze. Waar Newton er zijn hele leven over heeft gedaan om zijn wetten te formuleren, doen wij dat in 4VWO in enkele maanden. Waarom per se het wiel zelf opnieuw uitvinden? Wat een onnodige inspanning. Zo ook bijvoorbeeld het Hertzsprung-Russel diagram dat in 6VWO de classificatie van sterren in kaart brengt. Met mijn uitleg kunnen de leerlingen dit diagram in 20 minuten lezen en toepassen. Zelfstandig zouden ze er minimaal twee middagen aan moeten besteden, met het gevaar dat bepaalde onderdelen nog niet duidelijk zijn (hoe je bijvoorbeeld de logaritmische schaal moet interpreteren en toepassen). Dus nee, niet zelf uit laten zoeken. De leerlingen willen dit ook niet. Wel een korte en duidelijke uitleg geven. En daarna aan de slag om het toe te passen.

En die leerling die centraal zou moeten staan? Ook niet, het schept verkeerde verwachtingen. Alsof alles om de leerling draait. Nee, onderwijs is een samenspel van docenten, leerlingen, lesstof. Deze moeten op elkaar ingrijpen. Niet de leerling staat centraal, ook de docent of de lesstof niet. Het is het onderwijsproces waar het om draait. Enthousiasme, aandacht, kennis, inzichten, aanwezig zijn in het hier en nu: dat zijn wat mij betreft de pijlers van een goed functionerend onderwijssysteem. Waarbij ik wil aantekenen dat alle kennis uiteindelijk slechts bijvangst is. Veeleer gaat het in het VO om de ontwikkeling van de onzelfstandige, puberachtige leerling tot verantwoordelijkheid dragende wereldburger. Ook bij de bètavakken dragen we daar aan bij, door betrokkenheid te tonen, te enthousiasmeren, vertrouwen te geven. Meer dan we zelf denken.