Afdrukken

Wat een leuk en aanstekelijk boekje is dit van ‘taalkundige’ Paulien Cornelisse. Het verscheen eerder als Boekenweekessay in 2025 en is hier uitgebreid met bonusmateriaal.
De ondertitel luidt: over wat we zeggen zonder dat we het doorhebben.

Ze is inmiddels bekend van tv (De Slimste Mens en andere programma’s), van theatertournees en verschillende taalboekjes. Een echte BN’er, zeg maar.
Ze beschrijft typische extra woordjes in onze zinnen, waarvan we ons nauwelijks bewust zijn. Opvulwoordjes. Zoals ‘even’, ‘eigenlijk’, ‘soms’, ‘natuurlijk’ en ‘gewoon’. Maar ook uitroepen als ‘hè’ en ‘hèhè’. Dit soort woordjes worden officieel ‘modale partikels’ genoemd.
 
Het blijkt dat deze modale partikels nogal verschillende betekenissen kunnen hebben, afhankelijk van het gebruik. Zoals het woordje ‘soms’. Meestal betekent dit ‘af en toe’. ‘Soms heb ik zin in een biertje’. Maar het gekke is, in een zin als ‘Ga je soms naar het zwembad?’ heeft het een heel andere lading. Leg maar eens de nadruk op ‘soms’ in deze zin, dat klinkt echt niet.
Zo zijn er in het Nederlands veel van dit soort woordjes. ‘Geef maar even hier’ komt anders over dan ‘Geef hier’. Het verzacht de taal. Of, zoals Paulien Cornelisse iemand laat verwoorden: ‘Nederlands is een taal die gaat om vibes’.

Paulien Cornelisse wijt dit soort ‘modale partikels’ aan de specifiek Nederlandse cultuur. Twee belangrijke kenmerken daarvan zijn volgens haar: gezelligheid én eerlijkheid. Tussen deze twee zit een spanningsveld. Dit spanningsveld is volgens haar de essentie van de Nederlandse communicatie. Om dit te vermijden maken we gebruik van sfeermakers als ‘even’, ‘eigenlijk’ en ‘soms’. Bijvoorbeeld: ‘Stefan doet wel stom, maar hij is eigenlijk heel aardig.’. ‘Eigenlijk’ is hier de ‘eerlijkmaker’.

Andere volkeren zijn volgens haar anders, hebben een andere cultuur. Waar eerlijkheid voor de meeste Nederlanders voorop staat, geldt dat voor bijvoorbeeld Belgen en Fransen minder (en in Nederland voor Limburgers en Brabanders). Nog sterker is dat in Oost-Azië. Als je daar de weg vraagt, zullen ze nooit zeggen dat ze die niet weten. Je wordt altijd wel een kant op gestuurd, ook al weet degene niet waar je heen moet. Dat is niet liegen, dat is beleefd zijn.
(Dit zien we ook bij Marokkaanse mensen. Daar is het eergevoel sterker dan de behoefte aan eerlijkheid. Ze zullen niet gauw toegeven dat ze iets fout hebben gedaan. Nederlanders zien dit als liegen, maar voor hen is dat niet zo. Voor hen is het een verdedigen van hun eer. Dit zorgt met name voor een clash tussen Marokkaanse jongeren en de Nederlandse overheid. Ze begrijpen elkaar niet. In België en Frankrijk is deze clash met Marokkanen minder groot, omdat Belgen en Fransen gemiddeld minder uit zijn op ‘eerlijkheid’. Begrip voor dit soort verschillen in cultuur zou heel wat problemen uit de weg kunnen ruimen.)

Terug naar de opvulwoordjes in onze taal. Wat schrijft Paulien Cornelisse er ad rem en grappig over. Levend, tegelijk bescheiden, zichzelf niet sparend, vol kwinkslagen en steeds de juiste toon treffend. Een zeer lezenswaardig (dun) boekje, voor iedereen die geïnteresseerd is in taal. Hoewel het bonusmateriaal over ‘De ingeademde ja’ voor mij niet had gehoeven.


Hèhè; over wat we zeggen zonder dat we het doorhebben – Paulien Cornelisse, uitgeverij Cornelisse, vierde druk, 2026