Afdrukken

Dit boek, bestaande uit 20 essays, is het eerste wat ik van de in Nederland bekende theoloog en dichter Huub Oosterhuis (1933-2023) lees. Ik wist van hem voornamelijk door de bekendheid van zijn dochter Trijntje en zoon Tjeerd.

Het is een diepgravend en rijk boek (392 blz.), met als rode draad een zoeken naar waarheid en liefde in de wereld. Oosterhuis toont zich een mild en genuanceerd denker, die steeds  terugkeert naar wat volgens hem de liefde voor de mens en het leven bezingt: de Bijbel. En dan met name het Joodse deel daarin, de Tora.
Hij voelt zich verwant met de beginselen van het marxisme; niet met de latere staatsvormen die daaruit zijn ontstaan. Zowel het marxisme als de Bijbel benadrukken het opkomen voor de zwakkeren in de samenleving. Dat is ook steeds het uitgangspunt van Oosterhuis, dat we de minder bedeelden in de wereld moeten helpen en ondersteunen. Wat ook geldt voor de asielzoekers van onze tijd. Zelf heeft hij als 10-jarige de deportaties van de Joden in Amsterdam recht voor zijn ogen zien gebeuren, hetgeen een diepe indruk op hem heeft gemaakt. Hij ziet parallellen in hoe we nu met de ontheemde en uit hun land gevluchte buitenlanders omgaan.
In het verleden, in de jaren zestig, keerde hij zich als jezuïet tegen conservatieve opvattingen in de kerk als het celibaat, waarop hij uit de kloosterorde werd gezet. Ook werd hij in het bisdom als priester geschorst. In 1970 trad hij in het huwelijk met Josefien Melief, waaruit de twee eerder genoemde kinderen Trijntje en Tjeerd zijn geboren.

Toch zette hij zijn activiteiten als priester voort, nu in Amsterdam. Onder andere met Prins Claus ontwikkelt hij een hechte vriendschap. In een van zijn essays komt dit nadrukkelijk naar voren. Ook met mensen als Abel Herzberg onderhield hij nauwe contacten.
Wat verder opvalt is zijn grote belezenheid, niet alleen van De Bijbel maar ook van dichters als Pablo Neruda en de Nederlanders Marsman en Lucebert. In deze laatste ziet hij een grote vernieuwer van de poëzie, net als hij op zoek naar nieuwe waarheden. En Harry Mulisch komt ter sprake, diens boek De ontdekking van de hemel, waarin ook een zoektocht naar waarheid te bespeuren valt. De titel van het boek van Huub Oosterhuis, De ontdekking van de aarde, moet dan ook als een knipoog naar het boek van Mulisch gezien worden.

Oosterhuis heeft duidelijk een zwak voor het socialisme in Nederland, zo aan het begin van de 20e eeuw, met als boegbeelden Herman Gorter en Henriëtte Roland Holst. Het socialisme was toen nog zuiver en kwam op voor de minderbedeelden. Er heerste in die tijd een groot optimisme dat het allemaal goed zou komen in de wereld, met gelijkheid en rechtvaardigheid voor iedereen. Het heeft anders uitgepakt, dat moet hij ook constateren. Hij heeft nog lange tijd zijn hoop gezet op de PvdA, de SP en Groenlinks. Maar ook zag hij, zeker na het kabinet Kok in de jaren negentig, een kentering weg van solidariteit met de zwakkeren in de samenleving. Het vrije marktdenken kreeg de westerse wereld steeds meer in zijn greep.

Toch, nergens toont Huub Oosterhuis zich een verbitterd man. Hij blijft in het goede van de mens en de wereld geloven. Met de blijde boodschap die de Bijbel in zijn ogen uitdraagt als houvast.
Zelf trof mij zijn analyses van de (moeilijk leesbare) gedichten van Lucebert. Toch niet direct iemand die je aan de Bijbelse verhalen doet denken. Ook de anekdotes over zijn middelbare schooltijd spraken mij aan, met bevlogen leermeesters als Anton van Duinkerken en andere grootheden uit die tijd.
Ja, deze essays leven, ook voor lezers die niet of minder thuis zijn in de Bijbel. Ze zijn eerlijk, niet-dogmatisch en geschreven door iemand die zijn leven lang is blijven zoeken naar waarheid, rechtvaardigheid en menselijkheid. Een zoektocht die ook vandaag nog relevant is.
 

De ontdekking van de aarde – Huub Oosterhuis, uitgeverij Ten Have, Utrecht, 2022