Mijn nieuwste boek is uit: Cato. Ik ben er blij mee, ik ben er trots op. 
Uitgeverij Palmslag, eerste druk januari 2026, 88 blz.
Cato is een (nogal eigenzinnige) kleuter die niet graag met grote mensen praat. Die hebben volgens haar te weinig ruimte in hun hoofd. Ze praat wel met haar papa en mama, en met haar pop Liesje. De gezinsomstandigheden zijn niet makkelijk voor haar, met een broertje dat veel aandacht vraagt. Toch probeert ze zich er doorheen te slaan, met fantasie, verbeelding en stille verhalen. Verteld vanuit de beleving van Cato zelf.
Vanaf eind januari 2026 is Cato verkrijgbaar in de boekhandel voor €19,50.
Maar ook bij mij te bestellen. Als je €19,50 overmaakt naar NL19 RABO 0101135599 t.n.v. F.A.H. Tak, en je naam en adres invult bij omschrijving, stuur ik je een exemplaar van Cato zo snel mogelijk toe, met een persoonlijke noot erbij. De eerste 100 exemplaren zal ik nummeren (dat wordt later een collector's item, ha).
Cato bestaat uit 75 korte prozastukjes. Om een impressie te geven, hieronder een van de wat lichtere stukjes. Later, naar het eind toe, worden ze zwaarder.
Op de wc
Ik zit op de wc, Liesje op mijn schoot. Ik kijk tussen mijn benen door naar beneden. Het water glinstert. Het lijkt stil, maar ik weet dat het beweegt. Wat als ik erin val? Ik bedoel, echt helemaal. Niet alleen met mijn voet of mijn hand, maar met alles.
‘Wat denk jij, Liesje?’
‘Dat kan niet,’ zegt ze. ‘Je bent te groot, je past er niet in.’
‘Maar stel dat ik kleiner word, zo klein als jij. Je hebt het misschien niet gemerkt, maar ik ben al een tijdje aan het krimpen. Dan pas ik makkelijk door het gat.’
Liesje zegt niets. Ze weet dat ik gelijk heb.
‘Misschien kom ik dan uit in een wereld waar niemand mij kan vinden. Donkere tunnels, vissen die licht geven en krabben met gouden scharen. Of ik blijf hangen in een buis. Dan moet ik om hulp roepen. Papa en mama zullen schrikken.’
‘Hoe ben je daar nou weer beland?’ zal papa dan vragen. Ik weet zeker dat mama boos wordt, ook al zegt ze daarna dat ze blij is dat ik er weer ben.
Ik kijk nog een keer naar het water. Het glinstert anders nu. Dieper, alsof het terugkijkt. ‘Kom maar, het is niet eng,’ hoor ik fluisteren.
Maar ik blijf zitten. Het is beter om groot te blijven. Gewoon veilig boven het gat.
Als ik klaar ben, trek ik snel door. Het water verdwijnt en neemt al mijn bedenksels mee. Haha, lekker doorgespoeld.