Afdrukken

Dit nieuwste boek van Ian McEwan beleeft haar primeur in Nederland. Nog voor het boek in het thuisland Engeland wordt uitgebracht, is het hier al verkrijgbaar. Als teken van de goede band die de schrijver kennelijk met ons land ondervindt.

Het boek bestaat uit twee delen. Het eerste deel speelt zich af in het jaar 2121. Er is de afgelopen 100 jaar van alles gebeurd. Er was de Grote Omwenteling, de Grote Overstroming die in 2042 grote delen van de wereld onder water zette (het gevolg van een tsunami, die op haar beurt werd veroorzaakt door een kernbom), er was een zeespiegelstijging, verschillende oorlogen, een achteruitgang in technologie, en een halvering van de bevolking op aarde. Dit wordt overigens maar heel summier vermeld, tussen de regels door, zonder morele understatements.
Hoofdpersoon is onderzoeker Tom Metcalfe, gespecialiseerd in Engelse literatuur tussen 1990 en 2030. Hij raakt gefascineerd door een zoekgeraakt gedicht van Francis Blundy. In 2015 heeft deze toen beroemde dichter 15 sonnetten geschreven, ‘A corona for Vivien’. Deze Vivien, echtgenote van de dichter, is een tweede hoofdpersoon in het boek. Daarover later meer.

Op haar verjaardag heeft hij deze sonnettenkrans voorgedragen aan een gezelschap van een man of tien dat hiertoe was uitgenodigd. Deze dag wordt door Tom Metcalfe het ‘Tweede Gastmaal der Onsterfelijken’ genoemd. Daarmee refererend aan het eerste gastmaal, zo gedoopt door de schilder Ben Haydon, toen op 28 december 1817 onder andere John Keats en William Wordsworth in een avond vol diepgang en vrolijkheid bijeenkwamen met een groep gelijkgestemden.
Echter, het gedicht is nooit gepubliceerd geweest of ergens teruggevonden. Dit eerste deel beslaat de zoektocht van Tom naar dit kennelijk verloren gegane gedicht. Hij verkeert in de overtuiging dat het toch nog ergens getraceerd kan worden. Samen met zijn vriendin Rose spit hij archieven uit in de vorm van e-mails en ander internetverkeer uit die tijd. Hij komt steeds meer te weten over Vivien, en wordt in stilte een beetje verliefd op haar. Dan ontdekt hij een code die hem naar een plek brengt waar het gedicht misschien verstopt ligt. En inderdaad, Rose en hij stuiten op een kistje onder de grond in een bijgebouw waar Vivien en haar man gewoond hebben. Maar het bevat niet het gedicht, wel een persoonlijk verhaal van Vivien over haar eigen leven.

Dit is deel twee, het verhaal van Vivien dat heel anders blijkt te zijn dan dat er uit haar e-mails en dagboeken tevoorschijn komt. Vandaar de titel van het boek. Geschiedschrijving is vaak een hachelijke zaak. Wat weten we van het verleden? Hoeveel wordt er niet verteld? Wat kunnen we weten? En, wat weten we niet?
Het relaas van Vivien is aangrijpend en heel wat pijnlijker dan eerder verondersteld door Tom. Ineens komt ze door haar openhartige vertellingen dichtbij de lezer. Je gaat het eerste deel van het boek daardoor in een heel ander perspectief bekijken. Dat geeft een diepte en een gelaagdheid aan het boek die mij persoonlijk zeer aanspreken. Het leeft, het is echt. Ook al is het bedacht. Vivien wordt van een romanpersonage tot iemand van vlees en bloed.

En het gedicht zelf? Ach, dat doet er achteraf niet toe. Het wordt ook niet gevonden. Het gaat om het leven er omheen, dat zo menselijk is, zo vol ellende, dat iets als dichtkunst dat nooit volledig uit kan drukken. Sterker, gezien het feit dat het gedicht achteraf door Vivien zelf beschouwd wordt als bedacht en onecht geformuleerd, en als basis een bepaalde vorm van bedrog in zich draagt (het beschrijft de emoties van haar eerste, overleden echtgenoot Percy en niet die van Francis Blundy zelf), tja dan kan je maar één ding concluderen: het leven zelf is niet te vangen door welke door de mens bedachte kunstvorm dan ook. Behalve als het kunst met een grote K is. Waarvan dit erudiete boek, vol verwijzingen naar dichters uit het verleden, dan weer nadrukkelijk getuigt, naar mijn mening.


Ian McEwan - Wat we kunnen weten, uitgeverij De Harmonie, 2025