Hoofdbanner

In het kielzog van de geschriften van de Franse filosofe Simone Weil (1909-1943) kwam ik vanzelf bij die van de Engelse schrijfster Iris Murdoch (1919-1999). Er zijn veel parallellen te ontdekken in hun beider levens. Beiden waren in eerste instantie docent filosofie. Simone Weil gaf filosofiecolleges aan verschillende lycea in de buurt van Parijs, terwijl Iris Murdoch in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw filosofie doceerde aan de Universiteit van Oxford. Iris Murdoch is natuurlijk vooral bekend geworden door haar romans. Haar roman Onder het net uit 1954 was haar internationale doorbraak. Voor haar roman De zee, de zee uit 1978 zou ze zelfs de Booker Prize ontvangen.

Haar filosofie heeft nooit bijzondere aandacht gekregen. Misschien ook omdat ze niet of weinig paste in de filosofiestromingen die in de 20e eeuw de dienst uitmaakten.
Dat was als eerste het behaviorisme met als belangrijkste exponenten Ludwig Wittgenstein en Gilbert Ryle. In het behaviorisme staat het menselijk gedrag centraal. De mens wordt van buitenaf bekeken met zijn innerlijk als een ‘zwarte doos’. Het enige wat je weet is dat er prikkels de mens in gaan en dat er gedrag uit komt. Over wat er binnenin een mens gebeurt kun je geen wetenschappelijk verantwoorde uitspraken doen.
Het existentialisme maakte vooral naam na de Tweede Wereldoorlog. Belangrijkste vertegenwoordiger is Jean Paul Sartre. Ook hier geldt dat de mens in feite uit een leeg lichaam bestaat. Het begrip moraliteit speelt voor Sartre een ondergeschikte rol bij het maken van bepaalde keuzes in het leven. De enige deugd die hier telt is oprechtheid. Het is je wil die uiteindelijk de doorslag geeft.

Iris Murdoch is het met beide stromingen niet eens. Ook niet met het moreel relativisme dat zegt dat moraliteit persoonsgebonden is. Nee, voor haar is er een waarheid buiten de mens, door Plato (op wie ze zich sterk richt) Het Goede genoemd, en als spiegelbeeld is er juist daardoor sprake van een innerlijk in de mens. Ze verwijt dat filosofen als Hume, Kant en hun latere volgelingen de innerlijke wereld hebben vernietigd. Ze leveren daarmee de mens uit aan de wetenschap, zegt Murdoch. Ze geeft een paar voorbeelden. Bijvoorbeeld bij het zien van een koolwitje. Ieder kind kan leren wat dat is, hoe die eruit ziet, door daar een woord aan te plakken genaamd koolwitje. Dit model werkt prima voor objecten die de wetenschap bestudeert. Maar hoe gaat dat bij begrippen als moed of liefde? Daar zal iedereen een andere lading aan geven, afhankelijk van inzicht en levenservaring. Volgens Murdoch is er bij moed en liefde sprake van concepten die beladen zijn met waarde. Ze vragen om een proces van verdieping, ofwel van verinnerlijking. Daarbij bevrijdt iets als oprechtheid helemaal niet. Wat wel bevrijdend werkt is een juist inzicht. Nauwkeurig kijken, zowel naar jezelf als naar de ander. Aandacht schenken, zou Simone Weil zeggen.

Natuurlijk, innerlijke verwerking valt niet publiekelijk te verifiëren. Een ieder gaat hierin zijn eigen weg. Dus is het niet wetenschappelijk, zeggen de tegenstanders van Murdoch. Nee, in strikte zin niet, dat klopt. Zo’n houding past ook niet in het huidige tijdsbeeld waarin het streven naar geld, rijkdom en andere uiterlijkheden als belangrijkste leidmotief wordt gezien. Murdoch wijst er op dat bij het streven naar moraliteit met name mildheid, humor en zelfrelativering optreden. Het gaat hand in hand met het minder belangrijk vinden van het zelf. Voor haar is het goede leven er een van ontzelving. Een ander woord voor ontzelving is zelfvergetelheid. Hoe minder je aan jezelf denkt, hoe meer je de werkelijkheid ziet zoals ze is. Ofwel: je dikke ik is de vijand van de moraal.

Voor Murdoch is liefde de weg naar het goede en het ware. Dat klinkt makkelijker gezegd dan gedaan. Liefhebben is hard werken. Murdoch sluit hier aan bij Plato, zoals beschreven in zijn verhaal van de grot. Het is de liefde die de mens uit de grot drijft en hem de waarheid of de goedheid doet ontdekken. Dat is de weg naar de zon, naar het licht. Zij noemt dit moreel realisme. Het goede is voor ieder mens bereikbaar als onderdeel van de werkelijkheid.

Iris Murdoch beschrijft de manier van aandacht schenken en liefde zoeken op dezelfde manier als Simone Weil. Er is steeds het sleutelwoord ‘aandacht’. Ook het aanwezig zijn in het hier en nu, contemplatie, de verdieping in de eigen zielenroerselen. En ook, de innerlijke wereld tegenover de uiterlijk aanwezige Waarheid of Goedheid. Toch heeft ze niet dat mystieke dat Simone Weil in haar laatste levensjaren zo kenmerkte. Murdoch vond religie en mystiek fascinerend, maar was zelf geen gelovig denker. Het ging haar meer om de schoonheid in de natuur en in de kunst. Aandacht daarvoor was volgens haar voor de meeste mensen een makkelijkere weg naar goedheid. Genieten van natuurschoon is misschien niet de belangrijkste route naar morele verandering, maar wel de meest toegankelijke, aldus Murdoch.   


Literatuur:
Iris Murdoch: een filosofie van de liefde – Katrien Schaubroeck, Letterwerk 2020.