Afdrukken

Je kunt mensen op verschillende manieren karakteriseren en daarmee van elkaar onderscheiden; introvert of extravert, oppervlakkig of diepzinnig, egoïstisch of altruïstisch, hoogopgeleid of laagopgeleid, politiek links of rechts etc.
Voor mij persoonlijk zeggen dit soort ‘richtingen in het wezen van de mens’ niet zoveel. Ikzelf heb meer met het begrip ‘eigenheid’. Waarmee ik bedoel: de manier waarop iemand in verbinding staat met zijn diepste kern van licht en liefde.

Ik zal proberen dat toe te lichten. In mijn beleving draagt ieder mens vanaf zijn geboorte op aarde een ‘goddelijke vonk’ mee in zijn binnenste. Dit is niet alleen mijn eigen persoonlijke beleving. Ook Aristoteles en in zijn kielzog een christelijke theoloog als Meister Eckhart alsmede de islamitische dichter Rumi spraken hiervan. Deze ‘goddelijke vonk’ geldt als een kernbeginsel dat alle wereldreligies ten diepste met elkaar verbindt. Zelfs het boeddhisme, dat op zichzelf geen religie is, meer een (zuivere) manier van in het leven staan, spreekt van ‘het licht in onszelf’ dat aangeboord dient te worden.

God schiep ons naar zijn evenbeeld: zo staat het in de Bijbel. God is inmiddels een beladen en ingewikkeld begrip geworden, door haast iedereen op een verschillende manier beleefd en uitgelegd. Naar mijn idee kunnen we deze, voor velen achterhaalde God, beter achter ons laten. Liever spreek ik van het licht (de hemel) wat onze oorsprong en dus ons werkelijke thuis is. Dit licht staat gelijk aan liefde. De aarde waarop we met onze fysieke geboorte terechtkomen is duister, vol hebzucht en overlevingsdrang. Om onszelf in deze warboel te handhaven maken we gebruik van onze identiteit. Daar ontlenen we ons zelfbewustzijn aan, onze behoefte aan erkenning in een wereld die aan alle kanten onzeker en onveilig aanvoelt.
Maar, zoals onder andere Simone Weil dat beschrijft, onze identiteit, ons gevoel ‘een ik’ te zijn, is een illusie. Een vloeken tegen het leven zelfs. Niets in ons heeft het recht, onszelf ‘een ik’ te noemen. Wat wel wezenlijk is, zegt Simone Weil, is God. Of in mijn woorden: het licht (de liefde) in onszelf. Dat klinkt radicaal, en dat is het ook. Opstandig ook, dwars tegen veel heersende opvattingen in. Maar persoonlijk spreekt deze visie mij aan.

Oké, waaraan herken je dan of iemand ‘eigen’ is? Alleen toegang tot de liefde in jezelf is niet voldoende, zegt ook weer Simone Weil. Er dient een evenwicht te zijn tussen binnenwereld en buitenwereld. In haar woorden: tussen de manifeste wereld (die van atomen en moleculen) en de niet-manifeste wereld (die van de ziel, de geest, het geweten, normen en waarden etc.).
Dat houdt in, enerzijds jezelf kritisch en wetenschappelijk scholen, en anderzijds je binnenwereld ontdekken en ontwikkelen (door middel van spiegeling, contemplatie, meditatie, kunst, natuur, gesprekken etc.).
Richt je je overwegend op de manifeste wereld, dan ga je al gauw op in het opbouwen van je eigen ego, van status, macht en een materialistische manier van denken. Je innerlijk verkommert, je ervaart de wereld als zinloos, en probeert er maar het beste van te maken, zoveel mogelijk genietend van wat het goede leven (all you can eat, overmatig alcohol) te bieden heeft. Je leeft maar één keer tenslotte.
Richt je je overwegend op je binnenwereld (de niet-manifeste wereld), dan loop je het risico van je leefwereld vervreemd te raken. Je gaat dan op in de (vermeende) liefde in jezelf, wat vaak een verkapte vorm van egocentrisme blijkt te zijn. Je denkt het al gauw beter te weten dan je omgeving, want jij bent immers vervuld van liefde en de ander (nog) niet. Hoogmoed kenmerkt je. Waarmee je juist niet de verbinding met de ander maakt die je denkt zo na te streven. En ook, niet de verbinding met je wezenskern.
In beide gevallen ligt de eenzaamheid op de loer. Het gevoel door anderen niet erkend en begrepen te worden. Een bekend en toenemend verschijnsel in onze moderne tijd.

Mensen met veel ‘eigenheid’ herken je aan hun innerlijke rust en hun wijze en niet veroordelende blik op de buitenwereld. Wie ben jij om over een ander te oordelen? Zelfs als die door iedereen als ‘een slecht mens’ wordt bestempeld? Hoeveel recht heb je om vaste meningen of overtuigingen te hebben, dwars tegen die van anderen in?
Diep van binnen zijn we allemaal hetzelfde. Dat verbindt ons. De rest is maar buitenkant. Wat we denken, wat we voelen, wat we doen, het is nooit ons werkelijke wezen. We kunnen er in de buurt van komen, er af en toe een glimp van opvangen, maar in de praktijk blijft het behelpen. We zijn bij elkaar meer dan gebrekkige mensen.
(Voorbeelden voor mij van filosofen met wel veel ‘eigenheid’: Blaise Pascal, Søren Kierkegaard, Simone Weil. Van politici: Mahatma Gandhi, Martin Luther King, Nelson Mandela.)

Wijzelf ploeteren voort, strompelen van de ene levensfase naar de andere, zijn (meestal) ongelukkig, maar ontdekken hopelijk, al naargelang ons leven vordert, waar het in het leven uiteindelijk werkelijk om draait: licht en liefde, zowel in onszelf als in de wereld.