Afdrukken

Dit sprookje behoort samen met Roodkapje en Hans en Grietje tot de bekendste van de gebroeders Grimm. Wie is er niet mee opgegroeid? Tenminste, voor de jeugd van vroegere generaties. Tegenwoordig lijken de sprookjes een ver weg van mijn bed show, te weinig eigentijds als ze zouden zijn. De kinderen van tegenwoordig krijgen heel wat andere lectuur en informatie voorgeschoteld. Jammer, want de sprookjes bevatten een beeldenrijkdom die zoveel verder gaat dan alleen maar een vertelling.

De wolf en de zeven geitjes is een relatief kort en eenduidig sprookje. Het is opvallend dat er geen mensen in voorkomen, alleen maar dieren. En tegelijk is er, als in alle sprookjes, een kenmerkend gebrek aan logica.
Ten eerste, een geit krijgt hooguit twee of drie jongen per keer. Hier heeft moeder geit maar liefst zeven kinderen. Zeven is in veel oude tradities een betekenisvol getal. Ze staat onder andere voor het aantal hemellichamen dat men toen met het blote oog kon waarnemen, de planeten mercurius, venus, mars, jupiter en saturnus, alsmede de zon en de maan. Zeven staat voor de voleindiging van een cyclus*. Zie onder andere De levensloop van de mens van Bernard Lievegoed, waar hij uitgebreid de zeven-jaars-cycli van de mens beschrijft. Het feit dat moeder geit zeven jongen heeft, heeft daardoor een speciale betekenis.

Moeder geit staat symbool voor datgene dat bescherming biedt, een veiligheid voor alles wat voor gevaren van buitenaf kan gelden. Je kunt haar als het symbool van de verzorgende moeder beschouwen, maar verder doorgetrokken, ook als moeder aarde die bescherming biedt aan de mensen die erop leven.  
Deze moeder, deze beschermer, verlaat het huis om naar het bos te gaan op zoek naar voedsel. Ze laat haar zeven (kwetsbare) kinderen alleen achter. Met andere woorden, deze worden aan hun lot overgelaten en moeten het nu zonder bescherming doen. Ze waarschuwt hen voor de boze wolf, dat die hen met huid en haar op zou willen eten. En, zegt ze nadrukkelijk, pas goed op, want hij vermomt zich vaak. Aan zijn rauwe stem en zwarte poot zullen jullie hem herkennen.
En inderdaad, al gauw klopt de wolf bij hen aan de deur. Tot twee keer tevergeefs, want ze herkennen zijn rauwe stem en zwarte poot. Maar de derde keer, nadat de wolf met ingeslikt krijt zijn stem hoger heeft gemaakt en zijn poot met wit meel heeft besproeid, doen ze (heel naïef) de deur wel open. Binnen de kortste keren worden ze door de wolf verslonden. Alleen het jongste geitje dat zich in de klok heeft verstopt, wordt niet gevonden. De wolf verlaat het huis en valt onder een boom in een diepe slaap.
Als moeder geit thuiskomst ziet ze de aangerichte ravage. Ze heeft intens verdriet om het verlies van haar jonge geitjes. Echter, het jongste geitje springt uit de klok en vertelt de moeder wat er is gebeurd.
Samen gaan ze op zoek naar de wolf. Die ligt nog altijd diep te slapen. Moeder geit ziet iets in de buik van de wolf bewegen en besluit deze open te knippen. En ja, de zes geitjes springen er levend en wel uit. Moeder geit legt nu allemaal zware keien in de buik van de wolf en naait alles weer keurig netjes dicht. Als de wolf wakker wordt, voelt hij zich erg zwaar in zijn buik. Bij een bron wil hij wat gaan drinken. Maar door alle zwaarte tuimelt hij voorover en verdrinkt hij. Als de zeven geitjes dit zien, roepen ze luidkeels: ‘De wolf is dood, de wolf is dood.’ En ze maken samen met hun moeder een rondedans om de bron.

Dit sprookje laat zich gemakkelijk lezen als de ontwikkeling van de mens gedurende zijn evolutie op aarde. Vroeg of laat heeft hij met ‘het kwaad’ strijd te leveren. Hij dient dit kwaad niet alleen te oeverleven, maar ook te overwinnen.
De wolf geldt hier, en ook in andere sprookjes, als het kwaad. De geit, en het kielzog haar nakomelingen, is een prooidier. Zo zijn ook de mensen vatbaar voor het kwaad dat ons kan bedriegen. Dit kwaad is bedrieglijk, niet altijd zichtbaar. Het vermomt zich vaak als een betrouwbare verschijning. De naïeve mens, nog niet sterk genoeg innerlijk ontwikkeld, valt al gauw ten prooi aan dit kwaad. Alleen degenen die met hun tijd meegaan, en tegelijk nog jong en onbedorven zijn, doorzien het kwaad en weten zich te handhaven. Zie de jongste van de geitjes die zich in de klok heeft verstopt. Zij ook brengt de moeder terug naar haar verslonden jongen. Met een bevrijding en tegelijk een overwinning op het kwaad als gevolg.

Ook hier, dit zijn beelden en kan nooit een werkelijkheid zijn. Een slapende wolf die niet in de gaten heeft dat zijn buik wordt opengeknipt. De zes geitjes die springlevend uit de buik tevoorschijn komen. Moeder geit die zich als een mensenmoeder gedraagt.
De rationeel denkende volwassene zal dit alles waarschijnlijk hoofdschuddend tot zich nemen. Enerzijds om het volledig gebrek aan logica in dit sprookje, anderzijds vanwege de  bloeddorstige wolf die zomaar, zonder scrupules, zes onschuldige geitjes opvreet. Nee, dit soort gruwelen moeten we onze kinderen (en hun tere kinderziel) onthouden, zal hij wellicht denken.
Hem ontgaan al gauw de diepere beelden. Jonge kinderen voelen die, nog niet in het keurslijf van het denken gedrukt, feilloos aan. Niet met hun hoofd, maar met hun hele wezen.
Rond het zesde of zevende levensjaar verandert de manier waarop kinderen fantasie en werkelijkheid beleven. Dat hoort bij hun ontwikkeling. Ze worden schoolrijp en beginnen zich voor te bereiden op een leven in de echte, aardse werkelijkheid. Het vrije, beeldende beleven van de eerste kinderjaren maakt geleidelijk plaats voor een werkelijkheid waarin aanpassen, begrijpen en logisch denken geleidelijk steeds belangrijker worden. Hun sprookjestijd is dan voorbij.


*Zie ook de zeven dagen in de week, de zeven kleuren van de regenboog, de zeven hoofdchakra's in het lichaam, de zeven wereldwondferen, God schiep de wereld in zeven dagen etc.