Van oudsher wordt het lichaam, in zowel religies als de meeste esoterische stromen, als minderwaardig beschouwd. Het lichaam is aards, niet geestelijk, en dus niet verheven, is de algemene gedachte. Zondig zelfs. We moeten als het even kan ons lichaam ontstijgen. Het lichaam is ook dom, zelfzuchtig, en zoekt alleen maar oppervlakkig genot. Franciscus van Assisi noemde zijn lichaam om die reden ‘broeder ezel’. Hij leed liever honger dan dat hij zich tegoed deed aan een heerlijke maaltijd. Ook in het Boeddhisme treffen we diezelfde houding aan. Boeddha zelf die dagenlang niets at om het licht in zichzelf binnen te laten komen. En in het Christendom geldt dat zowat alles wat fysiek is, onrein is. Seks is bijvoorbeeld taboe buiten het huwelijk om. Het idee van het celibaat voor een priester (je bent met God getrouwd, dus geen seks) komt hieruit voort. Maar het lichaam laat zich niet zomaar knechten. Wat daar leeft, zoekt een weg naar buiten. Het gevolg was/is vele verwrongen zielen, en het bekende misbruik dat daaruit in het verleden (en nu nog) voortvloeide.
Het lichaam lijkt in bovenstaande opvatting slechts een tijdelijke woning te zijn voor de geest en de ziel. Meer niet. Na de dood wordt het lichaam door geest en ziel verlaten, waarna het zijn functie heeft voltooid en tot stof kan overgaan. Ons lichaam als een soort van wegwerpproduct waar we (degenen die rein en eerlijk willen leven) goed beschouwd niet trots op hoeven te zijn.
Mijns inziens gaat dit voorbij aan wat het lichaam wel degelijk is, namelijk heilig. Met heilig bedoel ik héél, oftewel één met de geest, met alles wat er is. Inclusief andere mensen, andere hiërarchieën, de natuur, het plantenleven, de dieren, de sterren om ons heen etc. Gewoon alles dus.
De mystica Hildegard van Bingen (1098-1179) verwoordde dit zo: “De geest zit niet in het lichaam, maar het lichaam zit in de geest.”
Dit is andersom als wat gebruikelijk gedacht wordt. Het lichaam is hier geen plek voor de geest om in te wonen, maar een (belangrijk) onderdeel van diezelfde geest. Oftewel, ons lichaam is van de geest doortrokken. En dus geen machine, zoals evolutiebiologen als Richard Dawkins geloven, waar je met gemak aan kunt sleutelen. Is er een onderdeel stuk, bijvoorbeeld een orgaan functioneert niet naar behoren, dan zet je er een wel werkend orgaan van een ander in, en hup, het lichaam doet het weer. Natuurlijk is dat prachtig, en technisch schitterend om dat voor elkaar te krijgen, je redt er een leven mee, maar het doet wel iets, zowel met de donor als de ontvanger.
Wanneer je het lichaam als heilig ervaart, ga je er vanzelf goed voor zorgen. Voldoende rust, genoeg beweging, goede voeding (onbewerkt, onbespoten, met aandacht en liefde bereid). Je luistert naar je lichaam, voelt waar het behoefte aan heeft. Warmte, intimiteit bij de ander. Met de ander vooral. Je ervaart je chakra’s, je energie-openingen naar buiten toe. Je wordt je bewust van het zelfhelende vermogen van je lichaam, hoe dat zichzelf elke dag weer opnieuw opbouwt, hoe er een ongelooflijke arbeid wordt verricht in je spijsverteringsmechanisme, hoe je organen jou bepalen, jouw denken, jouw gevoel, jouw wil. Ons tweede brein, worden ze tezamen genoemd. Ten onrechte, want mijn ervaring is dat ze meer doorslaggevend zijn dan wat in onze hersenen (ons eerste brein) plaatsvindt.
We denken dat we denken met ons denken. “Ik denk dus ik ben.” “Wij zijn ons brein.” Wat een misvatting. Jawel, wiskundige sommen rekenen we uit met onze hersenen, maar alles wat creatief en eigen is, komt van onder uit ons lichaam naar boven. Ervaar maar wat er gebeurt tijdens het ontwikkelen van nieuwe ideeën. In je lijf, in je organen. Onze hersenen zijn het deurtje waardoor wat daarbinnen bruist en borrelt naar buiten kan. Dat er licht op schijnt. Onze hersenen zorgen voor de bewustwording. Dat is hun functie.
Creatieve processen komen pas echt op gang wanneer het lichaam in beweging is. Tijdens het wandelen bijvoorbeeld, de meest natuurlijke manier van bewegen. De activiteit van je lichaam zorgt maar al te vaak voor inspiratie. Deze ontstaat nooit wanneer je stilzit achter je bureau (wel soms midden in de nacht in bed, als je half tussen slapen en wakker zijn in verkeert). Grote denkers beseften dit maar al te goed. Een uitspraak van Albert Einstein bijvoorbeeld is: “De benen zijn de wielen van creativiteit.” En de filosoof Friedrich Nietzsche, die elke dag lange wandelingen maakte, zei zelfs: “Alle werkelijk grote denkbeelden worden tijdens het lopen gevormd.”
Ons lichaam moeten we koesteren. Er lief voor zijn. En in het verlengde, waar ons lichaam direct mee in verbinding staat, lief moeten we zijn voor de aarde, voor de natuur. Daar zijn we middels ons lichaam een onlosmakelijk onderdeel van. Ook die aarde moeten we goed verzorgen. In de land- en tuinbouw, in de veeteelt, in de parken en plantsoenen, tot in onze eigen tuin aan toe. Geen gif, geen kunstmest, geen monoculturen. Zorgzaam, met liefde, als een vanzelfsprekend onderdeel van onszelf.
Verbeter de wereld, en begin met je eigen lichaam.